DEZE SITE IS VERHUIST

Posts tonen met het label marxisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label marxisme. Alle posts tonen

zondag 4 mei 2014

Marxisme Festival Live #4 de relevantie van Lenin - welke Lenin?

Sommige mensen beginnen hun zondag met een croissantje en wat sinaasappelsap. Op het Marxisme Festival begonnen een flink aantal socialisten hun wekelijkse rustdag met een discussie over Lenin. Ian Birchall, een bijzonder ervaren Britse Marxist, kwam vertellen. Opnieuw hadden de organisatoren van het festival het aantal benodigde stoelen flink onderschat.

'Links', stelde George Galloway, een bekende Britse linkse sociaal-democraat, 'zou eens moeten ophouden over dode Russen'. Aldus begint Birchall zijn bijeenkomst. Inderdaad, stelt Bichall, te pas en te onpas worden dode Russen gebruikt op links. Maar dat wilt niet zeggen dat we Lenin zouden moeten laten liggen. Een revolutie is een duik in het onbekende. Om ons een beeld te geven van wat we kunnen verwachten en wat we zouden kunnen doen zullen we terug moeten kijken naar eerdere revoluties. De geschiedenis is kenbaar, in tegenstelling tot de toekomst.

Birchall besteed erg veel tijd aan het bestrijden van opvattingen over Lenin. 'Lenin is niet dat dictatoriale figuur dat altijd gelijk had, in tegendeel'. Centraal in zijn betoog staat dat Lenin veel fouten beging, maar flexibel was en continu zijn opvattingen bijstelde. Leren van de werkende klasse en strijd. Birchall gaat zelf zo ver om te bestrijden dat er iets is als de Leninistische partij. Birchall is één van de oer-IS'ers. 'Lenin maakte organisatievorm afhankelijk van politiek. Hoe hij organisatievorm zag was afhankelijk van de omstandigheden'. Er zijn dus volgens Birchall geen set formules die Leninisme definiëren. Daarmee verworden De Socialist, centralisme en dergelijke Leninistische uitgangspunten van hun voetstuk gestoten, ze worden betwist, ze moeten zichzelf continu bewijzen.

Aldus is het wel een leerzame bijeenkomst. Birchall maakt veel van de feilbaarheid en menselijkheid van de Bolsjewieken. Citaten en anekdotes voegt hij fraai in in zijn betoog. Eén anekdote is bijzonder het vernoemen waard. Er was in 1917 op een gegeven moment een staking de vrouwelijke textielarbeiders. Zij gingen langs een districtshoofd van de bolsjewieken, die hun echter adviseert om niet te staken, sterker nog, hij zei zelfs dat ze een pamflet zouden moeten maken waarin de staking werd afgeraden!

Deze werksters, vertelt Birchall, besloten niet te luisteren. Hun staking verspreidde naar andere werkplekken en een paar weken later was de tsaar gevonden. De bolsjewieken zaten er dus even naast. Zoals ze er op andere momenten ook naast zaten. Wat hen echter onderscheidt was dat ze verbonden waren met de klasse en continu daarvan leerden.

De strekking van het verhaal is duidelijk: marxistische organisatie kan je niet werkelijk vaststellen in een aantal set tijdloze regels, maar is iets dat je leert vorm geven aan de hand van geschiedenis, de strijd, de omstandigheden.

Birchall heeft nu echter met name vertelt wat Lenin niet was. Een van de toebehoorders werpt hem dan ook terecht voor de voeten, zonder hem er op aan te vallen, dat er wel degelijk een aantal dingen zijn die je uit de revolutionaire geschiedenis kan tillen aan lessen. Zoals de onafhankelijke organisatie van revolutionairen.Ondertussen krijgt Birchall de ene na de andere pittige vraag op zich afgevuurd, die opzich een inleiding van minstens een half uur waard zijn. De Rode Lynx krijgt nog bijval van Birchall dat mensen hun eigen Lenin construeren en dat dat ook kan. Daarmee vergeleek Birchall de teksten van Lenin met de bijbel, waar je ook alles uit kunt halen. Dat vindt ik nou leuk als je bedenkt dat ik hierover eerder heb geschreven.

De rest van de bijeenkomst vulde zich met name met vragen aan Birchall en bijdrages die zich richten op wat dan de lessen zijn uit die tijd. De volledige opname van de inleidingen zullen overigens de komende tijd op het kanaal SocialistTV van de IS op youtube gezet worden.

De eigenlijke versie van dit artikel telde 1000 woorden en is helaas verloren gegaan, dit is een snelle tweede versie. Mea culpa.

Marxisme Festival Live #3 - Discussie over de sociaaldemocratie loopt uit de hand

Verhitte discussie gister op het Marxisme Festival over 'waarom bestaat de sociaaldemocratie nog'. In een zaal waar meer dan alle stoelen gevuld waren namen bepaalde socialisten opmerkelijke posities in en moest de sociaal-democratie het op alle niveau's ontgelden. In de zaal zaten echter ook socialisten die zelf aangesloten zijn bij een sociaaldemocratische partij, en socialisten die veel samenwerken met sociaaldemocraten. Wat volgde was niet noodzakelijk de meest productieve discussie.

Rob Gerritsen hield een inleiding over de ontwikkeling van de sociaaldemocratie, vanuit de 19e eeuw tot nu. Wat er volgde stond echter niet helemaal in relatie tot de opzet van de discussie of de inleiding. De eerste helft van de discussie bestond er voornamelijk uit dat een aantal ultralinksen zoals 'Wibo van de IBT' ('International Bolshevik Tendency') hun verontwaardiging over de sociaaldemocratie en andere socialisten zo hard mogelijk wilden laten horen. Daarbij geholpen door een tamelijk bij elkaar geraapte hoeveelheid Marxistische en quasi-Marxistische terminologie. 

'De sociaal-democratie moet worden afgeschaft' 'de sociaal-democratie zijn agenten van de bourgeoisie'. Veel verwijzingen naar de original sin van de sociaal-democratie, hun capitulatie voor imperialisme en steun voor WO I in 1914. Pleidooien van geïsoleerde 'revolutionairen' voor een revolutionaire voorhoedepartij van de arbeidersklasse die wel geworteld zou zijn in de arbeidersklasse omdat de sociaaldemocratie dat niet zou zijn. Stellingen dat 'sociaal-democratie' de ernstigste vorm van sabotage van revolutie is. 'Sociaal-democraten hebben het fascisme voorbereid'. In al deze beweringen zit een kern van waarheid, maar het zijn uiteindelijk ultralinkse fantasieën die niets te maken hebben met een marxistische analyse of een gids voor actie.
Twee mensen liepen weg, en voor de aanwezige SP'ers moet het ook wat ongemakkelijk geweest zijn. Nu was het zo dat één van die aanwezige SP'ers vervolgens komende bezuinigingen door de SP ging verdedigen, wat SP'ers telkens vaker (schande!) doen. Maar de aanwezige sektariers, ik noem het zoals het is, sloegen de plank volledig mis. Ze waren bezig zichzelf te profileren ten koste van zinnige discussie. In plaats van een sociaal-democraat te overtuigen wisten zij hen te vervreemden. 

Maar dat hadden we natuurlijk ook aan onszelf te danken. Want wij bleven, in de inleiding, het antwoord op de vraag 'waarom blijft de sociaal-democratie' schuldig. Vervolgens konden dan sektariers de volgende waanzin uiten (parafrasen): 'Lenin was volledig verbaasd over het verraad van de sociaal-democratie in 1914. Hij wilde het eerst niet geloven. Daarom deed hij een studie en ontdekte dat er een arbeidersaristocratie was, een laag van de arbeidersklasse die omgekocht is door de bourgeoisie, dat is de sociaal-democratie'.

Leninverheerlijking. Toevallig had iemand eerder op de dag diezelfde theorie van de werkersaristocratie aangehaald, en hem onderuit gehaald. Deze theorie verklaart namelijk niet waarom mensen toch achter de sociaal-democraten achter blijven lopen. Wat ons brengt tot de vraag: waarom blijft dan de sociaal-democratie bestaan? Er zijn institutionele redenen waarom partijen als de SP en PvdA bestaan, zoals hun reeele invloed op het bestuur van het land, en in het geval van met name de PvdA, hun grip op de vakbeweging.

Maar de fundamentele reden dat sociaal-democratie bestaat heeft met iets diepers te maken. Onder het kapitalisme hebben socialistische werkers in overgrote meerderheid geen revolutionair bewustzijn. Zij hebben een reformistisch bewustzijn. Over bewustzijn en de rol van werkers zelf stappen de sektariërs graag heen. Zij zien namelijk de werkende klasse als een hulpeloze prooi in de handen van altijd verradende sociaal-democraten. Dat is een belediging voor hun intelligentie en eigen handelen.

Sociaal-democratie ontstaat vanuit de klassestrijd in het kapitalisme buiten revolutionaire situaties. Die strijd creeert reformistisch bewustzijn. Dat bewustzijn karakteriseert zich onder andere door een vertrouwen in besturen en grote leiders, in tegenstelling tot zelforganisatie. Het is ook een gebrek aan zelfvertrouwen, dat zich ook uit in het geloof dat de werkende klasse niet in staat is zelf socialisme te scheppen maar dat we kunnen en moeten vertrouwen op bourgeois instituties zoals het parlement voor de wetgeving en de politie om onszelf onder controle te houden. Het is een angst voor grote verandering, angst om kwijt te raken wat men al heeft, en dus een vertrouwen in geleidelijkheid en een angst voor geweld.

Afijn, ik kan het hier niet volledig uiteen gaan zetten want dan zou deze post veel te lang gaan duren. Sociaal-democratie speelt in op dit bewustzijn. Revolutionaire organisatie sluit hier niet op aan. Op het moment dat de klassestrijd zich toespitst en een revolutionaire situatie ontstaat vallen de massa's te winnen voor een revolutionair perspectief. Op het moment dat er geen revolutionaire situatie is continu met een gestrekt been op de sociaaldemocratie in gaan brengt revolutie geen klap verder. Het punt is dan dat je moet begrijpen, zoals Lenin en Trotski waarde ultralinksen, dat je moet samenwerken met de massa's en dus met hun massa-organisaties, de sociaal-democratische partijen en organisaties. En dat gaat niet als je hun continu aan het uitschelden bent.

zaterdag 3 mei 2014

Marxisme festival live #2 - heden en verleden met Rosa Luxumburg

Toegegeven, het is lastig om èn verslag te doen èn te filmen èn voor te zitten. De Rode Lynx heeft zich in een hoekje gewurmd van de bijeenkomst 'Waarom blijft de sociaal-democratie bestaan?' Aangezien de bijeenkomst is geprogrammeerd tegenover Emory Douglas van de Black Panthers zal het hier wel iets rustiger zijn. Maar erg rustig is het nergens op het marxisme festival dit jaar.
Ik moest voorzitten bij 'Wie was Rosa Luxumburg'? Een stevige bijeenkomst dus over marxistische geschiedenis. Opnieuw verwachtte ik niet dat het een bijzonder drukke bijeenkomst zou zijn. Maar haast iedere stoel was gevuld, tot mijn verbazing. Een kameraad was uit Engeland overgekomen, ze was eerder in Nederland actief maar woon & werkt nu daar, om te vertellen over Luxemburg.
Kate Dear vertelde ronduit over Luxemburg. Dat was erg verlichtend, maar in de 25 minuten die er voor stonden kom je natuurlijk nooit erg ver. Binnen de IS kennen we Luxemburg het best van haar discussie die ze in de SPD heeft gevoerd eind 19e eeuw met de 'revisionisten', wat uitmonde in haar boek 'hervorming of revolutie'. Dit is niet weinig geholpen doordat de IS een vertaling van dat werk heeft geproduceerd. Maar Kate slaagde er verder in om Rosa echt neer te zetten als mens, iemand die zich wat miskend voelde, iemand die zich onzeker voelde als prominente vrouw in een door mannen gedomineerde partij.
Het beste kwam echter in de discussie. Vooraan zat een man die maar bleef reageren, gevraagd en ongevraagd, op alles in de discussie. Hij was zou enthousiast op zijn stoel heen en weer aan het wiegen dat zijn stoel in een zakte. Dat heb ik nog nooit meegemaakt bij een marxistische meer theoretische discussie.
Het verhaal vanuit de IS werd echter prachtig aangevuld door de bezoekers. Luxemburg had allerlei belangrijke analyses gemaakt, die helemaal onderbelicht waren gelaten door de inleider! Gelukkig waren er veel ervaren Marxisten in de zaal die daar vol overgave over konden praten. Wat niet wegneemt dat de ook simpele vragen gesteld konden worden, dit vulde juist elkaar aan.
Iemand vanachter in de zaal van ook buiten de IS, die zichzelf identificeerde als iemand uit het FNV ledenparlement, vroeg zich af hoe Luxemburg zich verhield tot haar vrouwelijkheid en het feminisme. Want daar hield ze zich niet echt mee bezig. In de discussie kwamen we er achter dat Luxemburg zich niet wilde laten wegzetten als vrouw, en zich daarom niet voornamelijk bezig wilde houden met vrouwenzaken. De leiding van de SPD had haar dit gesuggereerd. Wat niet betekende dat het haar koud liet. Het schijnt dat zij een soort arbeidsdeling had met haar goede vriendin, Clara Zetkin. Zij zei over haar en haarzelf: 'wij zijn de enige mannen in de SPD!'.
Later in de bijeenkomst relateerden de mensen in de zaal de theorieen en ervaringen van Luxemburg aan vanalles uit hun eigen praktijk. Een activist uit Duitsland relateerde het aan het organiseren van radicale referenda in Berlijn. De FNV Ledenparlementarier relateerde het aan het radicaliseren van de vakbondsachterban. Het is goed te zien hoe een gemengde zaal in zo'n bijeenkomst elkaar kan aansteken in enthouasiasme en collectief lessen kan trekken uit de socialistische geschiedenis en het heden.
Tijdens het schrijven van dit verslagje komen ondertussen zoveel mensen bij 'waarom blijft de sociaal-democratie' binnen dat er niet genoeg stoelen zijn. Het is opmerkelijk, mensen komen dus echt niet slechts voor die paar bijeenkomsten met 'grote namen', we kunnen echt concluderen dat mensen komen voor de diepgang.

Marxisme festival van start - actieverslag!

Het jaarlijkse marxisme festival is weer van start gegaan. Enkele honderden mensen zullen de komende twee dagen radicale bijeenkomsten volgen over de strijd tegen racisme, de strijd op de werkvloer, een feministische tentoonstelling bezoeken en vooral ook elkaar ontmoeten . De Rode Lynx is voornemens iets van een live blogje bij te houden.
Om een uurtje of tien verzamelt de IS zich, of althans, zij die het gister niet te laat hebben gemaakt of van ver moeten komen, voor het CREA gebouw in Amsterdam. Zoals het goede socialisten betaamd vermanen wij onszelf nog even vandaag flink ons best te doen. Het heeft wat ritueels, als een soort bezweringsspreuk voor een groot moment. Het Marxisme Festival is dan ook echt een grote jaarlijkse gebeuertenis voor de IS. Met iets van 100 leden zo'n festival neer kunnen zetten, is keer op keer een flinke prestatie.
Maar dan moet het nog wel even gebeuren. Dat is ieder jaar toch even spannend. Hebben we wel genoeg gemobiliseerd? Komen mensen wel voor het hele festival of alleen voor die Black Panther? De bezoekers maken het festival voor een belangrijk deel. Als er te weinig mensen zijn dit er automatisch weinig pit in. Als je dan in een bijeenkomstzaal zit om 10:55, 5 minuten voor een eerste bijeenkomst, en er zit welgeteld één persoon (plus de rode lynx) in de zaal, dan begin je wel wat zenuwachtig te worden.
En dan heb je nog de concurrentie tussen de bijeenkomsten, altijd leuk voor de sprekers van de net iets minder interessante bijeenkomsten. Arme kameraad die geprogrammeerd is tegenover Emory Douglas. Deze ochtend is Ewout van den Berg geprogrammeerd tegenover Anja Meulenbelt, die gaat vertellen over 'boze witte mannen'. 10:57, en nu zitten nog slechts 3 mensen in totaal in de zaal. Oeps. 'Tsja, de eerste bijeenkomst die wil nooit zo vlotten eh' vertel ik de andere twee mensen in de zaal. Wat verbaasd kijken zij mij aan. Ik zie ze vraagtekens stellen. Oeps.
11:03 en in ene zitten er dertig mensen in de zaal. Ok. Zenuwen waren voor niets. Zo te zien kunnen genoeg mensen zich interesseren voor een discussie over de Europese economie. Auke den Otter uit Utrecht heet de mensen welkom en Ewout begint zijn verhaal. We krijgen een verhaal te horen over wat het Europese project is, hoe de Europese economie er voor staat. 'De euro is er niet gekomen om de vrede te bewaren maar om werkers in landen tegen elkaar uit te kunnen spelen' en 'de euro moet een reservemunt worden, een concurrent voor de dollar, die zich meerwaarde kan toe-eigen'. Maar dat er achter de Euro veel tegenstrijdige belangen schuil gaan, zoals tussen de kern en de periferie in Europa. 'De overschotten van de één zijn de tekorten van de ander'. De zaal luistert aandachtig. We zijn los, we hebben het weer geflikt.
Wellicht komt het doordat de crisis inmiddels jaren duurt, en schijnbaar het gewoon op economisch beleid we al jaren hetzelfde voor de kiezen krijgen, maar het praatje van Ewout is weinig vernieuwend. Het is wel overzichtelijk. We krijgen keurig uitgelegd hoe staten het spelletje spelen om hun neoliberale beleid er door heen te drukken. Ik merk dat het bij mezelf ook een beetje is weggezakt. De ene na de andere rechtse leugen wordt door Ewout doorgeprikt. Als je je nog ooit af vroeg hoe het kan dat de beursen toch zo hoog staan terwijl de economie zo slecht er voor staat, dan moet je deze inleiding binnenkort terugkijken op SocialistTV, het youtube kanaal van de IS.
Dan in ene komt er een pittig stukje in de inleiding. Ewout gaat met grote sprongen door Marx' theorie van de dalende winstvoet en de tegenstrevende tendensen, de theorie die over de lange termijn de economische ontwikkeling bepaalt. Hier begint hij wat te haperen en praat hij met wat minder zelfvertrouwen. Vervolgens wordt het nog lastiger, want hij past de theorie toe op de crisis van de jaren '70 en de ontwikkeling tot de zwakke groei van de de jaren 1990. Nu wordt het echt interessant. Hoe interessanter en pittiger de discussie wordt, hoe moeilijker Ewout het heeft. Op een gegeven moment zit hij te peuteren aan het doek dat op de tafel ligt. Maar hij komt er doorheen en krijgt een stevig applaus achteraf.
De discussie is ook prachtig. Het gaat allemaal wat snel en valt niet echt bij te houden. Freek van Marx21 vertelt over de Duitse economie onder de andere dat sinds 1990 de definitie van een werkloze in Duitsland 17 keer is aangepast, en dat het niet allemaal zo mooi is in Duitsland als het lijkt. Dat er ook veel zogenaamde 'een euro banen' zijn. De productiviteit is omhoog gegaan maar de lonen liggen al twintig jaar nagenoeg op een effectieve nullijn, waardoor er een verschuiving is van arbeid naar kapitaal. Ook prachtig is de opmerking 'Ik vindt het opmerkelijk dat de vakbonden zo blij zijn met de huidige kleine opleving want volgens mij laat dat zien dat ze geen idee hebben hoe ze met crisissituaties kunnen omgaan. Ze hebben geen echt strategie voor massa-ontslagen en bedrijfssluitingen'.
Peter vertelt over een ander effect van de crisis. Voor hem had iemand het al over de 'ecologische crisis', maar Peter zet het licht op de 'humanitaire crisis', zoals in Griekenland. Deze bijeenkomst wordt telkens beter. Dat voorspelt veel goeds voor de rest van het festival.

zaterdag 6 juli 2013

Historisch materialistisch leninisme, bloemen, en bakkers.

Er is een grote verwarring over wat leninisme is, zowel onder leninisten als anarchisten. In het gevecht om zichzelf en hun organisatiemodel te verdedigen, oftewel hun status quo te legitimeren, wordt leninisme gereduceerd tot tragikomische ‘essenties’. Dit is verkeerd en niet echt behulpzaam. Maar wat is het dan wel? We gaan het even lekker simpel en filosofisch tegelijkertijd maken.

Leninisme wordt vaak benaderd als ware het een bloem. Er is zaad, later zijn er groene scheuten, er is bloei en verdorring. Een cyclus die van a naar b gaat en dan weer opnieuw begint. Dit geldt zowel voor leninisten als voor anarchisten. Leninisten bekijken het liefst de bloeiende bloem en wijzen op hoe glorieus het wel niet was in 1917. Anarchisten bekijken het liefst de verdorring en wijzen op hoe vreselijk het allemaal wel niet was in 1922.

In beide gevallen is er een essentie die er uit gefilterd wordt, een werkelijk leninistische essentie. De uitkomst volgde bovendien uit de aard van het zaad en de groene scheuten. Dit krijgt extra betekenis omdat zowel anarchisten en leninisten de huidige leninistische organisatie, zoals de IS, zien als dat zaad of die groene scheuten. De leninisten beloven zichzelf en de klasse zo de bloei (en dat men daarom leninist dient te zijn), de anarchisten waarschuwen dat de verdorring onvermijdelijk volgt (en dat men daarom anarchist moet zijn). Of in normaal Nederlands: anarchisten menen dat het stalinisme volgt uit de IS. Nuances nuances, maar dit is de kern van de zaak.

Dit is een verkeerde benadering.

We bekijken even iets geheel anders: bakkers. Dit is een van mijn favoriete vergelijkingen. Wat is een bakker? Een bakker bakt, om het simpel te houden, brood. Derhalve weet een bakker ook hoe hij brood bakt en heeft hij een bakkerij, meel, water, enzoverder. Dit brood heeft deze bakker niet allemaal zelf nodig: het is van belang dat hij voor andere mensen brood bakt, om het ze te geven of te verkopen. Dit brood houdt, om het even simpel te houden, de mensen in stand. Bakker zijn is dus niet een idee, maar een sociale relatie: bakken voor mensen.

Als we leninist zijn zien als een relatie kunnen we een aantal tegenstrijdigheden verklaren. Leninisten spiegelen zich aan de bloem van het leninisme, 1917. De partij was revolutionair, socialistisch, centralistisch, homogeen, anti-sexistisch, homovriendelijk, moslimvriendelijk, enzoverder. Wie niet voldoet aan deze voorwaarden, het uiterlijk van de bloem, is geen echte leninist, volgens de leninisten. Het wordt lastig als blijkt dat Lenin voor 1917 niet geloofde in de mogelijkheid van socialistische revolutie in Rusland. Past Lenin dan wel langs de maatstaaf van de leninisten?

Er zijn meer van dit soort voorbeelden: Marx was tamelijk homofoob. Proudhon, om een anarchist er bij te pakken, haatte stakers. De bekende Parijse Commune van 1871 was fel nationalistisch. Typisch genoeg gaat Donny Gluckstein, zoon van IS-oprichter Tony Cliff, als eerst in zijn fraaie boek over de Commune benoemen hoe het wel niet antwoordde aan de ideologische standaard van de Britse SWP. Maar de Commune, ook bekend van het lied ‘De Internationale’ dat er geschreven is, was gewoon mede geboren uit nationalisme. Da’s pas dialectiek. Het punt is dat als we leninist of anarchist etc. zijn zien als een idee of een bepaalde ideologische positie, dat er dan grote tegenstrijdigheden optreden.

Maar als we doorgaan op Lenins partij dan kunnen we stellen dat er veel meer marge is dan de scherpslijpers ons toestaan. Lenins partij was naar de huidige maatstaven bijzonder anarchistisch. Centralisme? Ja, maar niet naar de huidige maatstaven. Een voorbeeld: in 1903 splitste de RSDAP in Bolsjewieken en Mensjewieken. Een partijsplijting is toch wel het meest basale waarover je ‘eenheid in de partij’ hanteert. Later werd deze splitsing teruggeïnterpreteerd naar revolutionair en reformistisch, maar dit was in de begintijd geheel niet zo. Het duurde tot na 1917 totdat werkelijk alle afdelingen de splitsing hadden doorgevoerd.

Maar ook als het gaat om ideologische homogeniteit. Lenin zelf geloofde tot april 1917 niet in een van de belangrijkste marxistische inzichten, de theorie van permanente revolutie, en dacht dus zoals gezegd dat revolutie niet mogelijk was in Rusland. In plaats daarvan wilde hij eerst een liberale revolutie. Anderzijds is er een goede reden waarom Lenin zoveel boeken schreef die later tot dogma werden verheven: het was toentertijd nog geen dogma en moest nog bevochten worden. Lenin vocht tegen allerlei opvattingen binnen zijn eigen partij, zoals het economisme of quasi-religieuze filosofische opvattingen.

Interessant wordt de vraag wanneer en hoe bepaalde denkbeelden en organisatiewijzen tot de norm werden verheven. Als het gaat om de SWP, de koers waarop de IST vaart, dan is het mijn gevoel dat het in de jaren ’70 en ’80 zich ontwikkelde van een groep relatief los georganiseerde en relatief hoog opgeleide mensen naar de zeer sterk gecentraliseerde werkerspartij die het nu is. Maar die geschiedenis ken ik amper. Het Leninisme van de IS zou dan op zijn oudst kunnen worden gedateerd op een jaar of 35.

Het kan tot redelijk aparte situaties leiden, namelijk dat de IS als standaardboek Building the party heeft, deel één van Tony Cliffs biografie van Lenin. Wat er onder andere in behandeld wordt is hoe je als voorhoede van de werkende klasse relateert tot de rest van de klasse. Maar ja, jarenlang (da's inmiddels wel anders) was de IS voornamelijk een groep radicale en activistische studenten en jongeren, niet bepaald een werkerspartij. Dit probleem zien veel leninisten niet omdat ze net als veel anarchisten een anachronistische en idealistische opvatting van het leninisme hebben.

Het is redelijk toevallig dat de bolsjewieken de leninisten werden en de anderen reformisten. De bolsjewieken schiepen niet alleen zichzelf, maar de strijd schiep hen, de tijd schiep hen, alles in een dialectische relatie. Het liep zo dat Lenin uiteindelijk in het Kremlin zat en met hem de aanvankelijke mensjewiek Trotsky, terwijl de mensjewistische leiding niet voor de revolutie had gekozen. Bloed werd vergoten. Had het anders gelopen, hadden we onszelf nu 'plekhanovisten' genoemd en stond 'leninisme' gelijk aan sociaal-democratisch verraad van de allermooiste revolutie ooit. Het verschil tussen een held en een schurk is niet altijd zo groot als de Hollywood-achtige jongensboeken over revoluties ons willen doen geloven. Dat gaat op voor iedere oorlog.

Zo kan je je er dus telkens meer over verbazen dat scherpslijpers allerlei barrières opwerpen voordat je jezelf 'leninist' zou mogen kunnen noemen en dat revolutionairen onderling verdeeld zijn in zoveel organisaties en sektes omwille van allerlei tamelijk kleine verschillen. Of je een echte revolutionair-socialist bent en je organisatie de juiste rol speelt hangt immers van vanalles af en niet in de eerste plaats van bepaalde ideologische standpunten die het inneemt en hoe het zich precies heeft georganiseerd. In de Parijse Commune ontwikkelde relatief spontaan een gecentraliseerd element genaamd 'Centraal Comité' dat de revolutie aanvankelijk leidde. Helaas was er geen revolutionaire partij opgebouwd voorafgaand aan de Commune en werd de revolutie bloedig gesmoord door de bourgeoisie. Desalniettemin was er wel een revolutionaire socialistische leiding.

De rode kleur in het vaandel hebben staan betekent inmiddels dus véél meer dan 150 jaar geleden. Voordat men zich er werkelijk mee associeert moet men dus aan veel meer voorwaarden voldoen. In de IS wordt seksisme, racisme en homofobie bijvoorbeeld niet getolereerd en er wordt stevig met je gepraat als je je verkeerd gedraagt. De minder indringende variant zijn de kameraden die je tijdens het praten verbeteren op woorden, wat ook wel elders gebeurd. Of je dit goed vind of niet: de kloof tussen de voorhoede en de werkende klasse wordt zo evenwel groter.

Voordat je werkelijk erbij hoort moet je al de traditionele opvattingen achter je laten. De hele ideologische set die wij ‘leninisme’ noemen wordt zo mensen voor de voeten gelegd ter acceptatie. Tony Cliff noemde deze fout in Building the party 'ultimatisme'. De vraag is of dit juist is: leninist zijn hangt immers af van een sociale relatie, niet van ideeën. Die zijn veel minder direct van invloed. Als (moderne) ideologische posities bepalen of je je werkelijk een socialist kan noemen, dan was tot voor kort haast niemand socialist en waren Marx, Lenin en Proudhon klasseverraders.

Om zo vlak voor het einde nog terug te komen op de bakkers. Als we stellen dat bakker zijn een sociale relatie is, hoe zit het dan met een werkloze bakker zonder bakkerij? Lekker brood bakken is voor hem geen geheim, maar hij doet het niet. Maakt dat hem een bakker? Simpel gesteld: nee. Het werkloos zijn doorbreekt in principe de relaties. Hoe zit het dan met een werkloze leninist? Bijvoorbeeld al die geleerde academische marxisten die nooit een poot uitsteken? Hun sociale relaties zijn heel anders: ze staan op de loonlijst van een burgerlijke instelling en schrijven aldaar boeken die bijna niemand leest in een taal die bijna niemand snapt. Ze zijn voor de revolutie dus net zo nuttig als dat een werkloze bakker brood op de plank krijgt. Hetzelfde geldt voor groepjes en types die vooral met zichzelf bezig zijn.

Toch is het niet zo dat Leninisme daarmee een lege term wordt. In tegendeel. Maar wat houdt het dan wel praktisch in? Er zijn wel degelijk dogma’s die altijd kloppen. Ik zou er een aantal kunnen opnoemen, zoals 'de bevrijding van de werkende klasse kan alleen het werk zijn van de werkende klasse zelf'. Maar dat zou ongepast zijn. We kunnen wel grofweg de relaties schetsen die je tot leninist maken: een leninist heeft als historische rol het strijden voor de overgang van kapitalisme naar socialisme, en als onderdeel van het meest bewuste deel van de werkende klasse leidt de leninist de werkende klasse op verschillende manieren in verschillende omstandigheden daartoe. Ik kan het natuurlijk fraaier verwoorden (cq verbloemen) maar zo werkt dit blog niet, ik hou van duidelijkheid en schaam me er niet voor me leninist te noemen.

Wat dit allemaal precies betekent hier en nu, daar zullen we zelf achter moeten komen, in de strijd, in onze eigen tijd, en dat gaat een stuk beter als we beseffen hoe Leninisme juist enorm veranderlijk is. En dat vereist ook een meer zelfbewust Leninisme. Met andere woorden, we passen het marxisme op zichzelf toe, en dan krijgen we historisch materialistisch leninisme. Daar zitten zoveel marxistisch klinkende woorden in, het moet wel goed zijn.

Eén van de uitkomsten van dit verhaal is dat we moeten leren van het hier en nu en niet slechts moeten blijven emmeren over dingen die ver weg gebeuren of gebeurden, in tijd of ruimte. Om de knuppel in het hoenderhok te gooien: het boeit voor de strijd in Nederland niet zo veel wat er in Bolivia gebeurd. Wat belangrijk is, is dat je weet wat er op je werkplek speelt en dat je daar gaat organiseren en daar van leert.

vrijdag 15 juni 2012

De geheime agenda van de Donald Duck

Veel meer dan het koninklijk huis, of het nationaal voetbal elftal is er één ding dat haast alle Nederlanders lief hebben: de Donald Duck. Zo is het bijvoorbeeld het meest gelezen blad onder studenten. Tot voor kort moest men goed lezen om de geheime agenda van Donald door te hebben. Maar sinds de crisis is de proletarische eend een stuk explicieter geworden. Wat is de geheime agenda van de Donald Duck?

Voor dat ik vertel wat het diepste geheim van de Donald Duck is, eerst een woord over Mickey Mouse. Dat is namelijk een lul. Hij is precies hoe de stereotype Amerikaanse blanke middenklasser zichzelf ziet. Hij scheldt nooit, is bloedeerlijk, kan alles, werkt hard, is trouw aan de overheid, enzoverder. Mickey Mouse verhaaltjes zijn per definitie saai, omdat het verhaal altijd goed afloopt. Wat nu is, zal altijd blijven. Die muis is niet uit te staan, en het is maar goed dat Donald hem vaak de waarheid zegt, of gewoon flink op zijn bek slaat.

Donald daarentegen is een proletariër. En dan niet zozeer omdat hij in tegenstelling tot Mickey altijd platzak is en grote zorgen hier over heeft, zoals de meeste van ons. Zo lang als dat hij bestaat heeft hij baantje na baantje, maar hij is de slimste en handigste niet, dus wordt altijd ontslagen. Het enige dat hij altijd mag doen om in zijn onderhoud te voorzien, is voor de rijkste eend op aarde, voor 30 cent per uur, diens munten poetsen. Het is dan ook niet vreemd dat hij zoals vele straatarme proletariërs werkschuw als de neten is. Het leven als proletariër heeft hem echter meer geleerd dan slechts aan werk een hekel te hebben. In de Tweede Wereldoorlog was Duck nog fervent pro-Amerika. Inmiddels is dat wel veranderd.

Kameraad Duck

Kameraad Duck was in Nederland de eerste die in een blad met een zeer grote oplage het woord arbeider weer introduceerde. En dan niet alleen om het stereotype fabrieksarbeider aan te duiden, maar bijvoorbeeld ook kantoorpersoneel. Niet onbelangrijk! Jarenlang werd ontkend dat arbeiders nog bestaan, en dat klasse een achterhaald begrip is. Buiten zijn eigen avonturen, waarin hij expliciet laat zien hoe zwaar het leven van een arbeider is, heeft Donald zo bewust meegewerkt aan de wederopleving van het klassebewustzijn in Nederland. Eerlijke politici bestaan voor Donald ook niet: het zijn letterlijk varkens.
Dat wil niet zeggen dat Donald altijd marxistische propaganda heeft gemaakt in zijn blad. In de jaren ’70 waren diegenen die hij zijn avonturen liet optekenen nog anarchisten. Donald was toen nog in dienst bij Amerikaanse scriptschrijvers, en die kregen mot met de tekenaars. Hierop hadden die een ondergronds lasterblaadje opgericht, genaamd gezellig&leuk. Donald laten ze hierin de meest gruwelijke dingen doen en overkomen. Meer succes hadden deze tekenaars Windig&De Jong met hun strip Heinz, wat van origine de kat van een dikke punker was. Het publiek wacht nog steeds op hun ‘anarchistische roadmovie’, Heinz The Movie.
Donald was danig afgeknapt dat hij een tijd lang niet zoveel meer deed met de politiek, en in de jaren ’90 zelfs wat meeliftte op het ‘ideologische veren afschudden’. Gelukkig is Duck geen bejaarde sociaal-democraat maar een eend, dus groeiden zijn ideologische veren weer aan. Als de crisis begint schuift kameraad Duck hard naar links. In 2011 is er een verhaal waarin hij radicaal Keynesiaanse politiek naar voren schuift.
Keynesianisme
Dagobert Duck heeft een fabriek gebouwd, waar alleen maar robots bouwen. Geweldig denkt hij, want nu lopen de winsten flink op. Alle arbeiders in Duckstad zet hij op straat. Maar wat blijkt: nu niemand meer werk heeft, koopt niemand ook meer wat, en draait hij juist enorm verlies. Ook de burgemeester zit met de handen in het haar, want nu krijgt de gemeente ook geen geld meer binnen. Kwik, Kwek en Kwak lezen in hun woudlopershandboek de oplossing.
Keynes zei (hoe de naam op de typische Donald Duck manier ‘ver-eend’ werd is me even ontgaan) dat het altijd nog beter is mensen zinloos werk te laten doen, en zo aan de slag te houden en van een inkomen te voorzien, dan dat ze werkloos zijn. Hiertoe verstrekt Dagobert een lening aan de stad, die de mensen een groot gat laat graven vlak naast de nieuwe fabriek. Het verhaal komt op wat flauwe manier tot een einde, als vervolgens de fabriek het gat instort, en vervolgens de oude weer worden opgestart. De arbeiders hebben weer werk, Dagobert weer veel geld en Donald krijgt ook een baantje: hij mag de troep opruimen.
Ducks nieuwe marxisme
In 2012 staat de zaken er anders voor. De meeste recente Donald Duck is uitgesproken socialistisch. Nadat Dagobert op de eerste pagina Donald heeft uitgemaakt voor luiwammes, nadat die hem om geld vroeg, zien we Dagobert in de Biljonairsclub. Een biljonair (uiteraard een varken): ‘Ik ken die types wel Dagobert! Die verwachten dat ze alles op een presenteerblaadje krijgen aangereikt!’ Subtiel wordt deze bourgeoishouding belachelijk gemaakt: hij krijgt een sandwich aangereikt op een presenteerblad door een butler. De biljonairs vertellen elkaar dat ze zo hard werken, en dat arbeiders lui zijn. Maar hun feest wordt verstoord.
Voor de deur staan mensen te protesteren: ‘HET GROOTKAPITAAL IS ASOCIAAL! WIE NIET DEELT, STEELT!’ ‘Het grootkapitaal wordt rijker en rijker ten koste van de arbeiders! Wij komen ons geld terughalen!’ Maar het wordt nog mooier. ‘Wij hebben recht op een deel van jullie winst omdat jullie AFHANKELIJK zijn van het volk! Zonder ons zou niemand jullie producten kopen en zou niemand in jullie fabrieken werken!’ Dagobert stormt naar beneden om ze de oren te wassen. Hij wordt het ‘levende symbool van kapitalisme en hebzucht’ genoemd. Terwijl hij tegen de arbeiders staat te schreeuwen juichen zijn mede-kapitalisten hem toe, omdat hij die ‘loonslaven’ de mond snoert.
De wending is dat Dagobert een bloempot op zijn hoofd krijgt. Beetje cliché, maargoed, dat krijg je na 60 jaar iedere week een verhaal schrijven. Dagobert is zichzelf niet en realiseert zich dat de demonstranten gelijk hebben. ‘Zou de wereld niet mooier zijn als het geld wat EERLIJKER verdeeld was?’ Dagobert gaat massaal geld uitdelen. De stad is in rep en roer. De biljonairs beseffen dat dit ook hun positie bedreigt. Nadat Dagobert vele kruiwagens heeft uitgedeeld voeren de biljonairs hem af, zodat hij weer bij zijn zinnen kan komen. Het verhaal eindigt er mee dat de paar mensen van de Eerlijk Alles Delen Club zelf bourgeois zijn geworden met het geld van Dagobert, en Donald voor luie sloeber uitmaken.
Ondanks het wat flauwe einde zal het niemand ontgaan zijn. De klassetegenstellingen worden keihard blootgelegd. Donald Duck is een marxist. Die overigens best wilt samenwerken met anarchisten. Bekijk de achterkant maar eens van het themanummer over Drenthe. Een andere stripkenner was het met mij eens: dat lijkt verdacht veel op de tekenstijl van Windig en De Jong. Maar dat is niet meer dan een vermoeden. Nu maar hopen dat Kwik, Kwek en Kwak binnenkort geen ruzie krijgen over wie de Russische revolutie om zeep heeft geholpen.