DEZE SITE IS VERHUIST

Posts tonen met het label anarchisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label anarchisme. Alle posts tonen

zondag 27 oktober 2013

Komt het antwoord op de crisis uit Griekenland? Hoe gaan we van anti-bezuinigingsstrijd naar revolutie?

Een maat van mij wees me op een ontwikkeling in Griekenland die te zien was in Tegenlicht: een antwoord op de crisis. Tegenlicht noemt het een revolutie. Nou, het zal eens een keertje tijd worden, dat er een revolutie plaatsvindt, hè hè. Toch is een beetje scepsis op zijn plaats: immers, de Griekse regering zit nog op zijn plek, bezuinigingen in Griekenland gaan door, de lonen dalen, enzoverder. Als dit een revolutie is, dan heeft het vooralsnog de macht van de rijken en de staat in het geheel nog niet gebroken. Maar de beweging is ook gezegend door Naomi Klein. Is dit het begin van een beweging van werkenden, boeren en armen die de wereld gaat veranderen? Dus laten we eens wat beter kijken naar deze ontwikkeling, en wat het zegt over de strijd. Aan het eind vraag ik mij af: hoe kunnen we eigenlijk winnen? Hoe komen we van anti-bezuinigingsstrijd naar revolutie?

Bekijk hier de aflevering.

Aardappels! Voor een derde van de prijs waarvoor je ze in de winkel krijgt. 'De mensen hebben er wat aan', stelde me maat. Inderdaad, hier hebben gewone Grieken wat aan. Massale hoeveelheden aardappels die worden ingekocht, en worden doorverkocht. De beweging heet 'zonder tussenhandel', en Tegenlicht zegt: 'Het is een handelsmerk aan het worden'. Wat later zien we een wasmiddelfabrikant die trots zijn feloranje goedje mee laat draaien in het 'geen-tussenhandel' systeem. Anders hadden de mensen op straat gestaan, want dan kan hij zijn fabriek niet draaiende houden. Het gaat goed met de aardappels. In de eerste week werden 25 ton aardappels verkocht, de week erop 75 ton, de maand erop 225 ton, nu zitten ze in meerdere steden. Franchise, hatsekidee.

Ik spring er maar meteen even in om er mee af te rekenen eigenlijk, want pas bij het schrijven van deze zin dringt tot mij door, hoe tegenstrijdig dit is. Dit gebrek aan logica kriebelt mij echt. Een tussenhandel die 'zonder tussenhandel' heet. Of niet? Nee, dit is natuurlijk een 'ander' soort tussenhandel, want dit is een coöperatief, en heeft dan geen winstoogmerk. Het zijn gewoon gewone mensen die zonder politieke mening etc. iets voor elkaar gaan doen, en dan aardappelen gaan verdelen. Ze kopen op en verkopen, ze verbouwen niets zelf, het is dus een tussenhandel. Of nu de boeren en producenten lidmaat zijn, het is en blijft een tussenhandel. "We betalen voor niemands crisis" staat er op een spandoek.

Nu wilde ik verwijzen naar deel II van Het Kapitaal en Lenin enzoverder, maar dat is niet helemaal juist. Want Lenin zei: ‘kom toch eens met nieuwe argumenten, in plaats van de mijne de hele tijd te kopiëren, luie donder’. Als we puur kijken naar wat er hier gebeurd, dan moeten we stellen dat vrijwilligers nu de last dragen van de economische crisis. De winstgerichte tussenhandel is vanwege de ontwikkelingen op het moment niet overal economisch winstgevend genoeg, en deels vervangen door niet-winstgerichte tussenhandel, gedragen door vrijwilligers.

Maar het probleem van het Griekse kapitalisme was niet dat het te weinig hardwerkende werkers had. Het probleem was ook niet dat er geen vrijwilligers waren, of dat er een winst-gerichte tussenhandel was. Het probleem was dat de winstmarges in het Griekse kapitalisme structureel lager zijn dan in de rest van Europa, en Griekenland kampte met een structureel grotere import dan export. Dit werd opgelost door leningen vanuit het centrum van Europa naar Griekenland. Deze namen zulke vormen, dat toen de bel barstte, het Griekse kapitalisme in een onhoudbare situatie kwam.

Nu, wat doet deze tussenhandel die geen tussenhandel genoemd mag worden, met deze winstgevendheid? De winstgevendheid verdwijnt grotendeels in de tussenhandel. Minder winstgevende en internationaal competitieve fabrieken, zoals de genoemde zeepfabriek, kunnen zo blijven functioneren. In plaats van dat het Griekse kapitalisme wordt gedwongen te moderniseren en te investeren, worden zo oude problemen in stand gehouden. Zo raakt Griekenland als staat meer achterop in de internationale pikorde. In de tussentijd profiteren wel de werkers van lagere prijzen, dat dan weer wel.

Een andere vraag is wat de toekomst van deze tussenhandel zonder tussenhandel is. Ze komt heel democratisch over in het filmpje. De auteurs schuiven niet onder stoelen of banken, dat ze veel waardering hebben voor het systeem. Maar doet dan ook iedereen hetzelfde? Wie stelt de prioriteiten vast? Wie krijgt er een vergoeding voor onkosten? Wie controleert welke middelen? Wanneer worden ‘specialisten’ aangetrokken, tegen een vergoeding? Voor wiens rekening is de winst of verlies die de tussenhandel oplevert? Als je doordenkt op deze vragen, zie je dat er een nijging is naar het aannemen van de bekende samenwerkingsvormen, de kapitalistische vormen.

Het is dan ook niet zo dat dit een werkerscollectief is. Het zijn geen werkers die productiemiddelen hebben overgenomen. Het zijn individuen die op basis van nationale solidariteit, door de klassen heen, een collectief vormen. Geenszins ligt hier dan ook de basis voor een nieuwe maatschappij, slechts de basis om het oude voort te zetten. Hierbij komt nog een probleem: deze collectieve concurreren met bestaande tussenhandelaren. Griekse tussenhandelaren zullen het lastig hebben, maar beschikken nog wel over veel meer kapitaal dan de nieuwe collectieven. Daarnaast is de internationale tussenhandel, met het internationale kapitaal. Het Chinese kapitaal is in opkomst in Griekenland, met name via de haven van Pireaus, dat het Chinese kapitaal wil opkopen en vernieuwen. Hiertegen zullen de kleine collectieven niet kunnen opboksen in de lange termijn.

Met andere woorden, dit is even leuk, maar geen oplossing voor de structurele problemen van onze klasse (het kapitalisme) of van de Griekse staat en heersende klasse (hun concurrentiepositie).

Dan zouden we nog even ons iets moeten afvragen over de strijd in Griekenland. Ik dacht een aantal jaar terug dat Griekenland op revolutie afstevende. Laten we even Lenin er bij pakken:

Voor de marxist is het aan geen twijfel onderhevig dat een revolutie zonder revolutionaire situatie onmogelijk is en dat niet iedere revolutionaire situatie tot een revolutie leidt. Wat zijn, in het algemeen gesproken, de kenmerken van een revolutionaire situatie? Wij vergissen ons zeker niet, wanneer wij de volgende drie voornaamste kenmerken aangeven: 1. Voor de heersende klassen is het onmogelijk hun heerschappij ongewijzigd te handhaven; de een of andere crisis van de ‘bovenste lagen’, een crisis van de politiek van de heersende klasse, die een scheur doet ontstaan waardoor de ontevredenheid en de verbolgenheid van de onderdrukte klassen een uitweg zoekt. Voor het uitbreken van een revolutie is het in de regel niet voldoende dat de ‘onderste lagen niet’ op de oude manier ‘willen leven’, noodzakelijk is bovendien dat de ‘bovenste lagen’ op de oude manier ‘niet kunnen leven’. 2. De nood en ellende van de onderdrukte klassen nemen op buitengewone wijze toe. 3. Ten gevolge van de bovengenoemde oorzaken is er een aanzienlijk toenemende activiteit van de massa’s die zich in ‘vreedzame’ tijden rustig laten uitplunderen, maar in stormachtige tijden zowel door de gehele crisistoestand als door de ‘bovenste lagen’ zelf tot zelfstandig historisch optreden gedreven worden.

Nou, dat dacht ik dus te zien in Griekenland. Wensdenken heet dat. In hoeverre het internationale kapitaal zich zou bewegen om het Griekse kapitaal te stabiliseren had ik bovendien flink onderschat. Maar de strijd heeft zich op een hele andere manier geuit dan ik had verwacht. Ik keek naar de beelden van de confrontaties; ik zag de voorbeelden van werkers die productiemiddelen overnamen, etc. Maar dat was niet de voornaamste strijd. De voornaamste strijd werd bepaald door bezuinigingen. De staat zei: we geven de werkers niet langer wat we ze eerder gegeven hebben. De werkers zeiden: nee, we willen gewoon houden wat we hebben, eigenlijk willen we meer.

Wat volgde was een jarenlange heroïsche strijd, met vele stakingen, sommige van echt groot formaat. Geen van die grote stakingen echter had als doelstelling om de macht van het kapitaal te breken. De strijd ging over de aard van de staat, en wie die controleert. Vakbonden en aanhang wilden een staat die hun beschermt. De staat, het ene moment met, het andere moment zonder, de sociaal-democratie, was nu juist het middel waarmee de werkers bestreden werden.

Als we kijken naar het citaat van Lenin kunnen we vaststellen dat inderdaad de ‘bovenste lagen’ verandering nodig hadden om succesvol te overleven: de macht van de werkers moesten zij breken, en de economie neoliberaliseren, om de winstmarges en export op te krikken. Dit is hun voor een deel gelukt. Wat niet gebeurde was dat de ‘onderste lagen’ tot een zelfstandig historisch optreden werden gedwongen. Want hun strijdmiddelen (vakbond en reformistische partijen) en strijddoelen (een ander kapitalisme) waren binnen de reeds bestaande historische kaders. Technisch gezien was dit dus een conservatieve strijd.

De werkers waren niet bij machte, zoals in alle andere Europese landen, om de heersende klasse te stoppen. De vraag is natuurlijk of dit überhaupt mogelijk was. Hoe dan ook produceerde de strijd niet het onafhankelijke historische optreden. Alhoewel er enige overwinningen werden geboekt (bezuinigingen en hervormingen die niet doorgingen), werd langzaam aan terrein verloren, want de heersende klasse blééf maar terugkomen, en was de enige die uiteindelijk zou kunnen beslissen of het de werkers zou geven wat ze wilden. Cruciaal is dat werkers niet zichzelf voorzien van sociale voorzieningen, maar dat ze hiervoor afhankelijk zijn van de heersende klasse.

De meest serieuze uitdaging die in de strijd werd gevormd voor het project van de heersende was een nieuwe reformistische partij, Syriza. Een partij die inmiddels weer naar rechts aan het schuiven is. Maar dat is het punt niet. Wat als Syriza met Pasok samen in een regering was gekomen? Dan mocht dit strijdorgaan samen met de decadente, gecorrumpeerde sociaal-democratie gaan beslissen waar de belangen lagen: het gezond krijgen van het Griekse kapitalisme, of de Griekse werkers fysiek gezond houden. En het gezond houden van het Griekse kapitalisme is nodig om inkomsten te verkrijgen voor de staat, om hier voorzieningen voor de werkers mee te betalen. Het is niet lastig in te zien, waar deze ontwikkeling heen gaat. Het systeem van parlementaire democratie, sociale voorzieningen en strijd om voorzieningen creëert zo óók een dynamiek, die het kapitalisme zelf juist stabiliseert.

En dan zijn er dus de andere uitkomsten van de strijd: individuen en collectieven van individuen die los van de werkplek, los van de staat, de gevolgen van de crisis proberen tegen te gaan. Niet meer betalen aan de tolpoort. Belastingontduiking. En het organiseren van eigen voedseltussenhandel. Het lijkt me belangrijk om te zien dat deze uitkomsten het resultaat zijn van het falen van de twee andere paden: het pad via de staat, en het pad van zelfstandige werkersorganisatie op de werkplekken. In die zin is de tussenhandel zonder tussenhandel niet het teken van een revolutie, maar van een revolutie die er nooit gekomen is.

Hier wil ik nog een inzicht aan toevoegen, een inzicht dat ik hier in bijzonder ruwe vorm ga weergeven. In Egypte was de werkende klasse ook gebonden aan de staat via voorzieningen. De politieke strijd van de werkende klasse in de jaren ’70 en ’80 was een Nasseristische strijd: werkers wilden terug naar de tijd van Nasser, waarin er voorzieningen werden gecreëerd. Vanaf 1973 was de staat echter reeds aan het neoliberaliseren geslagen. De strijd bleef zo gevangen in de strijd om wat voor soort staat er zou moeten zijn: een Nasseristische en anti-imperialistische, of een neoliberale en pro-VS staat. Corrupte ‘strijd’organisaties, zoals de officiële vakbond, bleven hun rol spelen.

Pas op het moment dat de voorzieningen tot een erbarmelijk niveau waren afgebroken, de strijd om de staat grondig verloren was, en de herinnering van het gezegende Nasserisme aan slijtage onderhevig was, ontstond er ruimte voor een nieuwe strijd. Tijdens de Tweede Intifada van begin dit millenium kwam die strijd op. Vanaf de werkplekken bouwden werkers hun eigen organisaties op. Het is de onafhankelijke werkersbeweging, en de dreiging daarvan, die uiteindelijk Moebarak wegkreeg, en die dreigend genoeg was om het leger te bewegen Morsi te vervangen in een coup.

De vraag die dit alles opwerpt is deze: is er wel een pad dat wij kunnen volgen, vanuit de anti-bezuinigingsstrijd (voor Nederland een wellicht wat overdreven term, helaas…) naar de revolutie? Of gaan we de pottebak in, en heeft de heersende klasse ons gewoon klem? Waar zouden we als activisten ons moeten inzetten, welke strijd moeten we proberen te versterken? Ik ben nooit bang om alles wat we doen in twijfel te trekken. Vooral op het moment dat je weinig overwinningen boekt.

Na 21 september was ik bij een aantal anarchisten een biertje aan het drinken. Een aantal opperde dat er meer gereld zou moeten worden, ook op 30 november. Een aantal socialisten zal vooral denken dat er meer manifestaties nodig zijn, of dat er gewoon SP gestemd moet worden en er een linkse regering moet komen. Ik vind dit een goed moment om al die oude ideeën aan twijfel te onderwerpen. Zonder overigens ondertussen het strijdtoneel volledig aan de heersende klasse te laten, we moeten sowieso ons blijven laten gelden! Wat is in hemelsnaam het pad vooruit?

Ik heb mijn ideeën: we zullen blijven falen zolang we de heersende klasse blijven confronteren als individuen / stemmers in al dan niet radicale acties, we zullen pas winnen zodra we op de werkplek ons gaan organiseren en daar gaan strijden. Realistisch gezien ben ik echter niet in staat te weten wat juist is. Dat leer je namelijk in de strijd, en het probleem is nu juist dat er nagenoeg geen strijd is. Ergo, ik weet het ook niet. Dus haal dit stuk onderuit en ga de discussie aan, hier of elders, want we moeten leren en ons ontwikkelen!

zaterdag 6 juli 2013

Historisch materialistisch leninisme, bloemen, en bakkers.

Er is een grote verwarring over wat leninisme is, zowel onder leninisten als anarchisten. In het gevecht om zichzelf en hun organisatiemodel te verdedigen, oftewel hun status quo te legitimeren, wordt leninisme gereduceerd tot tragikomische ‘essenties’. Dit is verkeerd en niet echt behulpzaam. Maar wat is het dan wel? We gaan het even lekker simpel en filosofisch tegelijkertijd maken.

Leninisme wordt vaak benaderd als ware het een bloem. Er is zaad, later zijn er groene scheuten, er is bloei en verdorring. Een cyclus die van a naar b gaat en dan weer opnieuw begint. Dit geldt zowel voor leninisten als voor anarchisten. Leninisten bekijken het liefst de bloeiende bloem en wijzen op hoe glorieus het wel niet was in 1917. Anarchisten bekijken het liefst de verdorring en wijzen op hoe vreselijk het allemaal wel niet was in 1922.

In beide gevallen is er een essentie die er uit gefilterd wordt, een werkelijk leninistische essentie. De uitkomst volgde bovendien uit de aard van het zaad en de groene scheuten. Dit krijgt extra betekenis omdat zowel anarchisten en leninisten de huidige leninistische organisatie, zoals de IS, zien als dat zaad of die groene scheuten. De leninisten beloven zichzelf en de klasse zo de bloei (en dat men daarom leninist dient te zijn), de anarchisten waarschuwen dat de verdorring onvermijdelijk volgt (en dat men daarom anarchist moet zijn). Of in normaal Nederlands: anarchisten menen dat het stalinisme volgt uit de IS. Nuances nuances, maar dit is de kern van de zaak.

Dit is een verkeerde benadering.

We bekijken even iets geheel anders: bakkers. Dit is een van mijn favoriete vergelijkingen. Wat is een bakker? Een bakker bakt, om het simpel te houden, brood. Derhalve weet een bakker ook hoe hij brood bakt en heeft hij een bakkerij, meel, water, enzoverder. Dit brood heeft deze bakker niet allemaal zelf nodig: het is van belang dat hij voor andere mensen brood bakt, om het ze te geven of te verkopen. Dit brood houdt, om het even simpel te houden, de mensen in stand. Bakker zijn is dus niet een idee, maar een sociale relatie: bakken voor mensen.

Als we leninist zijn zien als een relatie kunnen we een aantal tegenstrijdigheden verklaren. Leninisten spiegelen zich aan de bloem van het leninisme, 1917. De partij was revolutionair, socialistisch, centralistisch, homogeen, anti-sexistisch, homovriendelijk, moslimvriendelijk, enzoverder. Wie niet voldoet aan deze voorwaarden, het uiterlijk van de bloem, is geen echte leninist, volgens de leninisten. Het wordt lastig als blijkt dat Lenin voor 1917 niet geloofde in de mogelijkheid van socialistische revolutie in Rusland. Past Lenin dan wel langs de maatstaaf van de leninisten?

Er zijn meer van dit soort voorbeelden: Marx was tamelijk homofoob. Proudhon, om een anarchist er bij te pakken, haatte stakers. De bekende Parijse Commune van 1871 was fel nationalistisch. Typisch genoeg gaat Donny Gluckstein, zoon van IS-oprichter Tony Cliff, als eerst in zijn fraaie boek over de Commune benoemen hoe het wel niet antwoordde aan de ideologische standaard van de Britse SWP. Maar de Commune, ook bekend van het lied ‘De Internationale’ dat er geschreven is, was gewoon mede geboren uit nationalisme. Da’s pas dialectiek. Het punt is dat als we leninist of anarchist etc. zijn zien als een idee of een bepaalde ideologische positie, dat er dan grote tegenstrijdigheden optreden.

Maar als we doorgaan op Lenins partij dan kunnen we stellen dat er veel meer marge is dan de scherpslijpers ons toestaan. Lenins partij was naar de huidige maatstaven bijzonder anarchistisch. Centralisme? Ja, maar niet naar de huidige maatstaven. Een voorbeeld: in 1903 splitste de RSDAP in Bolsjewieken en Mensjewieken. Een partijsplijting is toch wel het meest basale waarover je ‘eenheid in de partij’ hanteert. Later werd deze splitsing teruggeïnterpreteerd naar revolutionair en reformistisch, maar dit was in de begintijd geheel niet zo. Het duurde tot na 1917 totdat werkelijk alle afdelingen de splitsing hadden doorgevoerd.

Maar ook als het gaat om ideologische homogeniteit. Lenin zelf geloofde tot april 1917 niet in een van de belangrijkste marxistische inzichten, de theorie van permanente revolutie, en dacht dus zoals gezegd dat revolutie niet mogelijk was in Rusland. In plaats daarvan wilde hij eerst een liberale revolutie. Anderzijds is er een goede reden waarom Lenin zoveel boeken schreef die later tot dogma werden verheven: het was toentertijd nog geen dogma en moest nog bevochten worden. Lenin vocht tegen allerlei opvattingen binnen zijn eigen partij, zoals het economisme of quasi-religieuze filosofische opvattingen.

Interessant wordt de vraag wanneer en hoe bepaalde denkbeelden en organisatiewijzen tot de norm werden verheven. Als het gaat om de SWP, de koers waarop de IST vaart, dan is het mijn gevoel dat het in de jaren ’70 en ’80 zich ontwikkelde van een groep relatief los georganiseerde en relatief hoog opgeleide mensen naar de zeer sterk gecentraliseerde werkerspartij die het nu is. Maar die geschiedenis ken ik amper. Het Leninisme van de IS zou dan op zijn oudst kunnen worden gedateerd op een jaar of 35.

Het kan tot redelijk aparte situaties leiden, namelijk dat de IS als standaardboek Building the party heeft, deel één van Tony Cliffs biografie van Lenin. Wat er onder andere in behandeld wordt is hoe je als voorhoede van de werkende klasse relateert tot de rest van de klasse. Maar ja, jarenlang (da's inmiddels wel anders) was de IS voornamelijk een groep radicale en activistische studenten en jongeren, niet bepaald een werkerspartij. Dit probleem zien veel leninisten niet omdat ze net als veel anarchisten een anachronistische en idealistische opvatting van het leninisme hebben.

Het is redelijk toevallig dat de bolsjewieken de leninisten werden en de anderen reformisten. De bolsjewieken schiepen niet alleen zichzelf, maar de strijd schiep hen, de tijd schiep hen, alles in een dialectische relatie. Het liep zo dat Lenin uiteindelijk in het Kremlin zat en met hem de aanvankelijke mensjewiek Trotsky, terwijl de mensjewistische leiding niet voor de revolutie had gekozen. Bloed werd vergoten. Had het anders gelopen, hadden we onszelf nu 'plekhanovisten' genoemd en stond 'leninisme' gelijk aan sociaal-democratisch verraad van de allermooiste revolutie ooit. Het verschil tussen een held en een schurk is niet altijd zo groot als de Hollywood-achtige jongensboeken over revoluties ons willen doen geloven. Dat gaat op voor iedere oorlog.

Zo kan je je er dus telkens meer over verbazen dat scherpslijpers allerlei barrières opwerpen voordat je jezelf 'leninist' zou mogen kunnen noemen en dat revolutionairen onderling verdeeld zijn in zoveel organisaties en sektes omwille van allerlei tamelijk kleine verschillen. Of je een echte revolutionair-socialist bent en je organisatie de juiste rol speelt hangt immers van vanalles af en niet in de eerste plaats van bepaalde ideologische standpunten die het inneemt en hoe het zich precies heeft georganiseerd. In de Parijse Commune ontwikkelde relatief spontaan een gecentraliseerd element genaamd 'Centraal Comité' dat de revolutie aanvankelijk leidde. Helaas was er geen revolutionaire partij opgebouwd voorafgaand aan de Commune en werd de revolutie bloedig gesmoord door de bourgeoisie. Desalniettemin was er wel een revolutionaire socialistische leiding.

De rode kleur in het vaandel hebben staan betekent inmiddels dus véél meer dan 150 jaar geleden. Voordat men zich er werkelijk mee associeert moet men dus aan veel meer voorwaarden voldoen. In de IS wordt seksisme, racisme en homofobie bijvoorbeeld niet getolereerd en er wordt stevig met je gepraat als je je verkeerd gedraagt. De minder indringende variant zijn de kameraden die je tijdens het praten verbeteren op woorden, wat ook wel elders gebeurd. Of je dit goed vind of niet: de kloof tussen de voorhoede en de werkende klasse wordt zo evenwel groter.

Voordat je werkelijk erbij hoort moet je al de traditionele opvattingen achter je laten. De hele ideologische set die wij ‘leninisme’ noemen wordt zo mensen voor de voeten gelegd ter acceptatie. Tony Cliff noemde deze fout in Building the party 'ultimatisme'. De vraag is of dit juist is: leninist zijn hangt immers af van een sociale relatie, niet van ideeën. Die zijn veel minder direct van invloed. Als (moderne) ideologische posities bepalen of je je werkelijk een socialist kan noemen, dan was tot voor kort haast niemand socialist en waren Marx, Lenin en Proudhon klasseverraders.

Om zo vlak voor het einde nog terug te komen op de bakkers. Als we stellen dat bakker zijn een sociale relatie is, hoe zit het dan met een werkloze bakker zonder bakkerij? Lekker brood bakken is voor hem geen geheim, maar hij doet het niet. Maakt dat hem een bakker? Simpel gesteld: nee. Het werkloos zijn doorbreekt in principe de relaties. Hoe zit het dan met een werkloze leninist? Bijvoorbeeld al die geleerde academische marxisten die nooit een poot uitsteken? Hun sociale relaties zijn heel anders: ze staan op de loonlijst van een burgerlijke instelling en schrijven aldaar boeken die bijna niemand leest in een taal die bijna niemand snapt. Ze zijn voor de revolutie dus net zo nuttig als dat een werkloze bakker brood op de plank krijgt. Hetzelfde geldt voor groepjes en types die vooral met zichzelf bezig zijn.

Toch is het niet zo dat Leninisme daarmee een lege term wordt. In tegendeel. Maar wat houdt het dan wel praktisch in? Er zijn wel degelijk dogma’s die altijd kloppen. Ik zou er een aantal kunnen opnoemen, zoals 'de bevrijding van de werkende klasse kan alleen het werk zijn van de werkende klasse zelf'. Maar dat zou ongepast zijn. We kunnen wel grofweg de relaties schetsen die je tot leninist maken: een leninist heeft als historische rol het strijden voor de overgang van kapitalisme naar socialisme, en als onderdeel van het meest bewuste deel van de werkende klasse leidt de leninist de werkende klasse op verschillende manieren in verschillende omstandigheden daartoe. Ik kan het natuurlijk fraaier verwoorden (cq verbloemen) maar zo werkt dit blog niet, ik hou van duidelijkheid en schaam me er niet voor me leninist te noemen.

Wat dit allemaal precies betekent hier en nu, daar zullen we zelf achter moeten komen, in de strijd, in onze eigen tijd, en dat gaat een stuk beter als we beseffen hoe Leninisme juist enorm veranderlijk is. En dat vereist ook een meer zelfbewust Leninisme. Met andere woorden, we passen het marxisme op zichzelf toe, en dan krijgen we historisch materialistisch leninisme. Daar zitten zoveel marxistisch klinkende woorden in, het moet wel goed zijn.

Eén van de uitkomsten van dit verhaal is dat we moeten leren van het hier en nu en niet slechts moeten blijven emmeren over dingen die ver weg gebeuren of gebeurden, in tijd of ruimte. Om de knuppel in het hoenderhok te gooien: het boeit voor de strijd in Nederland niet zo veel wat er in Bolivia gebeurd. Wat belangrijk is, is dat je weet wat er op je werkplek speelt en dat je daar gaat organiseren en daar van leert.

woensdag 17 april 2013

Een noot van een historicusje bij het huidige leninisme-debat

Lenin Mickey Mouse Jezus

Een aantal artikelen en stukken gaan heen en weer over het internet over Lenin. Het ene artikel is beter dan het andere. Maar wat de verschillende artikelen gemeen hebben is dat de auteurs niet doorhebben, of althans expliciet maken, in hoeverre ze hun eigen denken projecteren op Lenin. Dit inzicht is van doorslaggevend belang voor het taxeren van 'Lenin'(1), en daarmee ook voor het belangrijke vraagstuk: hoe organiseren wij ons in de strijd?

Ik zal hier niet ook nog een stuk schrijven over Lenin, maar wellicht dat ik dat later nog doe. Kortweg kan ik me vinden in de conclusies die Maina van der Zwan trekt, vindt ik het stuk van Jelle Bruinsma een herhaling van zetten als het gaat om een anarchistische kritiek, en vindt ik het commentaar van Willem Bos een nuttige aanvulling op Maina. Maar nu komt de relevante vraag: waarom vind ik dat?

Flauw genoeg zou je kunnen zeggen dat je de vraag waarom je iets vindt a priori niet goed kan beantwoorden. Uiteraard ben je hierin namelijk opnieuw gekleurd en kan je dus nooit een zuiver rationeel antwoord geven op die vraag. Dit is dan ook hoe postmodernisme in zijn eigen staart bijt, dus ik ben hier wat minder rechtlijnig in, want anders weten we nooit meer wat. Waarschijnlijk kom ik toch redelijk in de buurt als ik stel dat ik het met de Leninisten over Lenin eens ben omdat ik zelf Leninist ben, en lid ben van een Leninistische organisatie. Omgekeerd ben ik het niet eens met de anarchisten, maar de anarchisten wel met zichzelf. Anarchisten, het is wat zuur om het te zeggen, ontlenen een groot deel van hun bestaansrecht als aparte groepering(en) aan (soms werkelijk, soms ingebeeld) autoritair optreden van Leninistische organisaties. Een anarchist is het oneens met de IS en Lenin omdat hij of zij een anarchist is.

Dit lijkt open deuren intrappen, maar dat is het niet. Wat ik hier doe is immers relativeren wat de verschillende schrijvers inbrengen in het debat. Allen hebben een redelijk totale, en ook ouderwetse, aanspraak op De Pravda Waarheid. En dat is cool, dat kan, zo gaat dat in een discussie, vooral in één waar van af hangt of je hele organisatiemethode wel legitiem is. Het komt hier op neer: het gekibbel tussen anarchisten en Leninisten wordt uitgevochten over Lenins graf. Of althans, had hij maar een graf, Stalin heeft 'm laten omtoveren tot zombie-afgod, en hij is nog steeds te bewonderen en of te aanbidden in Moskou. Er schijnt zo nu en dan mos in 'Lenins' oor te groeien.

Een voorbeeld. Zowel Willem Bos als Maina van der Zwan geven aan dat er niet één methode-Lenin was, maar dat er verschillende organisatiemodellen waren afhankelijk van tijd en omstandigheden. Maar dit moeten ze ook wel doen, om Lenin te kunnen verdedigen. Anders zou er inderdaad een rechte lijn lopen van het Leninisme dat zij steunen, naar de goelag en de anarchistische conclusies die daar uit vloeien. Andersom persifleert Jelle Bruinsma het Leninisme door die gelaagdheid niet te herkennen. Hij vindt immers wel dat er een lijn loopt van het Leninisme naar de goelag. Zo heeft hoe mensen in het hier en nu tegen politieke organisatie aankijken een aanwijsbaar effect op hoe men Lenin taxeert. Ik zeg in deze alinea dus niet noodzakelijk wie van de twee gelijk heeft: ik geef slechts aan dat wat men vindt van Lenin niet objectief is, geen 'pure waarheid' is, maar zeer subjectief is.

Om hier op verder te gaan durf ik zelfs te stellen dat we de praktijk van de Bolsjewieken amper kennen. Niet één anarchist of Leninist met wie ik over de Bolsjewieken heb gesproken had werkelijk een vraag zo simpel als deze kunnen antwoorden: hoe zag een gemiddelde week er uit voor een Bolsjewiek, in bijvoorbeeld Kiev in 1910? Toch menen we allemaal, ik ook, op basis van bijzonder summiere kennis enorm grote uitspraken te kunnen doen.

Waarom we dat doen is vrij simpel. De erfenis van de Russische revolutie dragen we nog steeds met ons mee, meer dan bijvoorbeeld de erfenis van de Parijse Commune. Lenin is voor de ene helft van revolutionair Nederland een held, voor de andere helft een anti-held. Wat we doen is onze eigen ideeën projecteren op Lenin, om in hem een bevestiging te zien van wat we doen, of juist een waarschuwing van hoe 'het mis kan gaan' en op die manier onze organisatiemethodes te legitimeren. Hier komt nog bij dat we allemaal maar weinig origineel zijn en veelal argumenten kopieëren uit boeken van onze Grote Namen en die op retorische wijze zo slim mogelijk proberen te presenteren. De basis voor de kennis over Lenin wordt voor veel IS'ers bijvoorbeeld gelegd door de Lenin-biografie van oer-IS'er Tony Cliff (2). Hoeveel van ons hebben het nu werkelijk zelf geprobeerd te onderzoeken, voordat we begonnen te schreeuwen?

Het beste bewijs leveren wel de eindeloze variaties op het thema 'Marxistische organisatie'. Simpel gezegd vinden ze allemaal wel iets van Lenin, zijn zij de werkelijke Leninisten, en (wat een gotspe) sommigen menen zelfs de 'erfgenamen' te zijn van de Russische revolutie en of de Bolsjewieken. Hoe verschillend de organisaties ook zijn wat organisatie en praktijk dan ook, allemaal zijn het kennelijk Leninisten.

Lenin is dus onze proxy, zowel van rood als zwart. Arme man. Het is het tragische lot van iedere grote revolutionair om na zijn dood ideologisch geroofd te worden. Wat was nu de bedoeling van deze postmoderne oefening in deconstructie? We zijn geen centimeter opgeschoten als het gaat om de vraag hoe we onszelf moeten organiseren. We weten nu alleen dat iedereen, en ik ook, een zeer gekleurde manier heeft van naar Lenin kijken. Toch kan een groter bewustzijn over waarom we denken wat we denken ons in staat stellen de discussie over Lenin op een hoger niveau te voeren, want dat de discussie nog steeds relevant is, dat bewijst het verhitte debat wel.



(1) In lijn met het stuk van Maina van der Zwan zie ik Lenin niet als de absolute meester van de Bosjewieken, maar omwille van de leesbaarheid gebruik ik hier de naam 'Lenin' metaforisch.

(2) Mocht men denken dat Cliff Lenin verheerlijkt, dan kan dat goed komen omdat we voornamelijk deel 1 en 2 lezen van de biografie. In deel 3, dat al jaren niet of nauwelijks meer te krijgen is, is Cliff bijzonder kritisch over Lenin en de Communistische Partij, en laat hij duidelijk zien hoe zowel materieële omstandigheden als keuzes van de Communisten leidden tot het gruwelijke verval van de revolutie.

Facebook spam is de ultieme vrijheid Facebook spam is de ultieme vrijheid 

zaterdag 9 februari 2013

De betere crustpunk

Nu zijn mijn posts over muziek bijzonder slecht gelezen. Maar dat maakt me weinig uit.
Vroeger, èh. Crust punk. Op een platdak van me huis spandoeken maken op een mooie dag, een biertje erbij, snoeiharde crustpunk. Zo deden we dat!

O en natuuuurlijk Amebix. Arise you bastards!

En dan heb je nog Aus Rotten, His Hero is Gone, Tragedy (laatst live in de Vrankrijk! Dat was goed!!), Doom, Antisect etc..

Ik zal je nog wat zeggen, Amebix weet me altijd te ontroeren.

zondag 27 januari 2013

Tijd om de vluchtelingenstrijd op een hoger plan te trekken.

Vluchtkerkbewoner Ahmed spreekt gevangenen toe bij Kamp Zeist, 5 januari. Foto: Antiorde
Wij, vluchtelingen en activisten, demonstreren nu al vele maanden in de huidige ronde van strijd voor een oplossing voor de vluchtelingen en tegen het immigratiebeleid. In het begin konden we met kleinere acties goed in de kijker komen. Nu is het tijd om de strijd op een hoger plan te trekken: we moeten werkelijk gaan toewerken naar een oplossing. De sympathie die er onder lagen van de Nederlandse bevolking is voor de vluchtelingen moeten we mobiliseren. De manier waarop werpt discussies op binnen activistisch links. Hier valt te lezen hoe de demonstratie van 23 maart juist wat leus betreft radicaler wordt dan wat we eerst deden, terwijl het volledig binnen de ‘traditie’ van vluchtelingenprotesten in Amsterdam past.

Tot nu toe ben ik zeer te spreken over de samenwerking die activisten aan de dag hebben gelegd. Heerlijk. Dit ging niet zonder slag of stoot: er was oud zeer en ik heb ook momenten gehad dat mensen uit zekere bewegingen mij op een simpele wijze probeerden te diskwalificeren: ‘maar jij bent van de Internationale Socialisten’. Dat soort momenten vond ik vervelend, maargoed, zand erover. Gaandeweg ging het allemaal veel beter en konden we goed samenwerken en ontstond een hele positieve sfeer van wat ik kameraadschap noem. Echt, enorm fijn. Vooral met zo’n toch kleine kring van radicaal links in Nederland moeten we wel een beetje de rijen sluiten om überhaupt een deuk in een pakje boter te kunnen slaan. De noodzaak tot eenheid werd gesteld door de vluchtelingenacties, daarbij hamerden de vluchtelingen zelf op eenheid. Onze oude discussies op links? Waar heb je het over! Gewoon actie! Of zoals Berete het altijd zegt: ‘No discouraging. No division. Otherwise we are lost’.

Zoals echter terecht in het Parool een tijd geleden stond is de activistische steun voor de vluchtelingen tot nu toe vooral gekomen uit de links-radicale hoek. Dan heb ik het dus niet over de politiek gezien zeer beperkte faciliterende steun van bijvoorbeeld de Protestantse Diaconie in Amsterdam; ik heb het over de mensen die willen bouwen aan publieke acties om daadwerkelijke verandering te bewerkstelligen. Het Parool maakte er een zielige persiflage van. De afbeelding bij hun artikel destijds was een gemaskerde anarchist die als een poppenmeester de tentenkampen bespeeld. Wat een disrespect voor de vluchtelingen: alsof ze niet zelf kunnen nadenken en schaapachtig achter radicalo’s aanlopen. Ook de VVD gebruikte de betrokkenheid van anarchisten als argument tegen de vluchtelingen tijdens een kameroverleg hierover (zoek op ‘anarchisten’ in dit bestand).

De werkelijke reden dat inderdaad anarchisten en revolutionair socialisten prominent aanwezig zijn is dit: de impliciete of expliciete steun van veel organisaties en partijen aan het deportatiebeleid. Tegenwoordig moet je politiek aardig radicaal zijn als je een wat mij betreft niet meer dan fatsoenlijk standpunt inneemt als ‘vluchtelingen welkom’ of ‘stop deportaties’. Wij radicalen en revolutionairen zijn gewoon de enigen die echt principieel de vluchtelingen steunen, door dik en dun. Daarom zijn wij zo nadrukkelijk aanwezig: het is de schandalige afwezigheid van anderen.

In het begin konden we met relatief kleine acties goed in de kijker komen, en verhoogde dit de politieke druk. Dit waren allemaal toffe acties. We moeten echter vaststellen dat de effectiviteit van deze vele relatief kleine demonstraties, tussen de 100 en 300 mensen, aan het afnemen is. De demonstratie in Utrecht op 5 januari was bijvoorbeeld amper merkbaar op het landelijke niveau. Hèt pluspunt van die dag was het demonstreren op een steenworp van Kamp Zeist en onze interactie met die mensen daar. Dat was voor de gevangenen een grote steun en dat was een erg heftig moment. De raison d’être van de protesten is echter politieke druk en bekendheid van het probleem van de vluchtelingen. Als we hier minder in slagen, en we ook duidelijk wat aan momentum inboeken, dan moeten we denken over nieuwe vormen van actie.

In Amsterdam deden we dit vanaf begin december, dus vlak na de ontruiming, vanaf het moment dat we in de vluchtkerk zaten. We planden vooruit naar de Dag tegen Racisme, eind maart. Dan konden we een groter protest neerzetten met meer organisaties. Ondertussen gingen we door met vooral heel veel actievoeren. Antiorde geeft het meest complete overzicht hiervan. Maargoed, nu botsten we natuurlijk tegen een politieke uitdaging aan. Want hoe ga je verbreden, in een land waarin de meeste partijen je radicale standpunt nauwelijks onderschrijven? En hoe dan? Het is op dit punt dat er nu een belangrijke discussie is ontstaan, die vooral over de (bizar drukke) emaillijsten loopt. Hierover is enige verwarring.  Laat ik dus even een stapje terug doen, naar de eerste protesten in Amsterdam, zoals die van 10 november.

Wat de vluchtelingen betreft was het altijd al de bedoeling om politieke partijen te betrekken. Het is de politiek die met wetten het probleem heeft gecreëerd en in stand houdt. Wetten worden gemaakt in de Tweede Kamer en de regering. Dus als we een oplossing willen moeten we de politiek betrekken. Partijen zouden ons moeten steunen en niet het immigratiebeleid. Dus bij de eerste demonstratie hebben we al pogingen gedaan om partijen zich uit te laten spreken voor de vluchtelingen. Dit resulteerde in de aanwezigheid van Chris Schaeffer van SP Nieuw-West tussen de sprekers voor de Stopera, die zijn steun uitsprak voor de vluchtelingen. ‘Sharon’ is (al dan niet terecht) populair onder de vluchtelingenleiders in Amsterdam: vaak vragen ze of we Sharon Gesthuizen er niet bij kunnen hebben. Het is dus, wat de Amsterdamse vluchtelingen betreft, nooit een ‘puur’ buitenparlementair protest geweest. Dat buitenparlementaire activisten (zoals ik) duidelijk betrokken waren bij die protesten, betekende geenszins dat we ons tot het buitenparlementaire beperkten.

Voor de demonstratie van 23 maart, waar een groot en breed protest van willen maken (en echt iedereen voor nodig hebben!) kiezen we nu de leus: Geen vluchteling op straat of in de cel. Hiermee herverpakken we de eis van een oplossing van de vluchtelingen op een manier die verbreding beter mogelijk kan maken. Bredere groepen zullen zich kunnen herkennen in deze leus en ook meer gematigde organisaties zullen deze kunnen onderschrijven. Er is gezegd dat dit een afzwakking van de eerdere leuzen betekent. Dit klopt niet, in ieder geval niet wat de protesten vanuit het kamp Osdorp betreft. De eerste demonstratie in Amsterdam had in de leus gerechtigheid; de tweede mensenrechten. Nu kan de staat wel zeggen dat ze ‘streng maar rechtvaardig zijn’, maar ze kan moeilijker zeggen dat ze voldoet aan onze nieuwe leus. Dus het is juist de leus die we nu kiezen die radicaler is dan eersten. De leus zwakt dus niet af, maar wordt juist radicaler.

Als het gaat om nieuwigheid van de leus: het ‘op straat leven’ is altijd een centraal facet geweest van de protesten. Dat kan dus geen verassing zijn. En het spandoek ‘stop opsluiting van vluchtelingen’, wat ook in onze leus voor 23 maart tot uitdrukking komt, is vaak prominent aanwezig geweest, zoals bij het protest bij de rechtzaak van Habib Jaba op 12 december. Dan zou men nog kunnen zeggen: ja, maar we riepen toch No borders, no nations, stop deportations! tijdens de demonstratie? Was dat niet de leus? Dat riepen we inderdaad en er is niets in de nieuw gekozen leus die ons er van weerhoud op dit te roepen, of radicaal stelling te nemen tijdens de protesten in wat we schreeuwen tijdens het lopen en in wat we vertellen tijdens toespraken. Maar ‘No Borders’ is nooit de gezamenlijk afgesproken leus van een protest in Amsterdam geweest. Dat weet ik omdat ik in de organisatie van alle demonstraties in Amsterdam zat.

Ook pragmatisch herverpakken van ‘oplossing’ is niet nieuw. Mamadou en Mouthena kwamen hier als eerste mee in oktober. Les cinq points heette het (in onze veeltaligheid) en ze stonden er met de andere leiders op dat dit de eisen werden van de eerste demonstraties. Dit waren de eisen: 1) Open onze dossiers - geloof onze oprechte verhalen 2) Geef ons toegang tot zorg 3) En onderwijs 4) Arresteer ons niet meer willekeurig 5) Geef ons een verblijfsvergunning. De truuk van de herverpakking was niet het laatste punt; dat stond er bij om ons expliciete doel duidelijk te maken. De eerste vier punten werden gezien als dingen die we binnen konden halen. Het binnenhalen van deze punten, vertelde Mouthena, significa un permiso. Als je de eerste vier binnenhad, had je een verblijfsvergunning, meenden ze. Dus pragmatisch herverpakken van de boodschap heeft er vanaf dag één bij gehoord. 

Met andere woorden: de huidige lijn van verbreding is geen nieuwe lijn, maar een uitwerking van wat altijd al onze bedoeling is geweest.

Maargoed, hier kan men het uiteraard nog mee oneens zijn, en een andere lijn voorstaan. Natuurlijk: we moeten kritisch blijven, en in een kameraadschappelijke discussie met elkaar de beste strategie proberen te vinden. De voornaamste reden waarom nu enkele activisten zeer kritisch zijn over ons besluit tot deze verbreding (die we in de werkgroepvergadering van de demo aannamen met unanimiteit min één) ligt ‘m echter niet in alles wat hierboven is gezegd.

Nee, het is de terechte afkeer van politieke partijen, juist op het punt van immigratiebeleid.  Geheel terecht wordt gewezen op de rol van bijvoorbeeld de PvdA, die de basis legde voor de huidige deportatiemachine, en die onder het laatste kabinet Balkenende ook fanatiek bestuurde. Of op de beschamende, opportunistische, en soms gewoon racistische rol van de SP op dit punt. Hun steun voor de Bajesboten Zaandam wordt genoemd. Ook Groenlinks is vaak genoeg gewoon fout geweest. Inderdaad, inderdaad. En er valt nog wel het een en ander aan toe te voegen: zo was bijvoorbeeld de SP samen met de VVD  in het gemeentelijk college van Haarlem verantwoordelijk voor vluchtelingengevangenis bij Schiphol waar die rampzalige brand plaatsvond. Mijn maag draait er nu nog van om, ik raak ontroerd, als ik denk aan die ramp, waar de SP gewoon een zekere medeverantwoordelijkheid voor draagt. Dus ik kan er veel begrip voor opbrengen, als mensen er zeer weinig voor voelen om met deze partijen te willen samenwerken.

Realisme en bescheidenheid. Dat zijn belangrijke woorden. Bij een gemiddeld protest laat ik mee meeslepen door tamelijk radicale leuzen. Sta ik bijvoorbeeld voor Intertrust door een megafoon te blêren tegen het grootkapitaal, dan maakt het me weinig uit dat ik waarschijnlijk in dit geval weinig verander. Het gaat hier dan om het altijd ongrijpbare ‘bewustwording’ en om ‘symbolisch verzet’. Want dat is bijna alles wat doen, laten we eerlijk zijn! Maar ik vond dat ik me dit niet kon permitteren bij de vluchtelingen: als ik iets deed moest dat sowieso voor de volle mep gericht zijn op het verkrijgen van een oplossing. Er staat te veel op het spel, namelijk letterlijk mensenlevens. Dus geen louter symbolisch protest waarbij je vantevoren accepteert dat je waarschijnlijk toch niet binnenhaalt wat je wilt. Echt gericht zijn op een oplossing.

Daarom moeten we realistisch en bescheiden zijn: we zijn niet in staat om puur op basis van de kracht van de vluchtelingen en de revolutionairen het immigratiebeleid te veranderen. Wat gebeurt er dan? De protesten gaan wel even door, maar verdwijnen naar de marge. De VVD neemt weer het initiatief over, en weg zijn we. Onze protesten worden al minder ‘sexy’ de afgelopen tijd (we demonstreerden in Ede, en waren voorpaginanieuws in Ede. Demo was wel erg tof en goed voor Ede). De VVD heeft al een duidelijk offensieve tactiek gekozen, door bijvoorbeeld delen van Somalië als ‘veilig’ te bestempelen. Dus er moet gehandeld worden!

Hiervoor hebben we bredere krachten nodig. Dat kan: er is onder lagen van de Nederlandse bevolking sympathie voor de vluchtelingen. Die moeten we zichtbaar maken. Dat is precies waar 23 maart op gericht is. Maar hiervoor moeten we verbreden: we moeten wat dan een ‘brede maatschappelijke coalitie’ heet maken. En dit kan zonder op principes in te leveren. De leus die we kiezen is breed toegankelijk, en zoals ik heb laten zien ligt ‘ie volledig in lijn met wat we eerder deden. Deze brede coalitie zou moeten bestaan uit zowel de vluchtelingengroepen; radicalen; christelijke groepen; delen van de vakbond; etnische organisaties; politieke partijen. Die laatste hebben gewoon nodig om de zeer simpele reden dat het probleem door partijen veroorzaakt wordt, maar ook alleen door hun kan worden opgelost. Als wij deze verbreding voor elkaar krijgen, waar nu werkelijk al goede stappen voor gezet worden, dan zijn we goed bezig om de politieke druk op te voeren en te werken aan een oplossing.

Kijk, idealiter gaan gewoon een paar miljoen werkers ff staken, want ‘macht’ hebben de vluchtelingen gewoon totaal niet. Werkers kunnen namelijk de wereld veranderen, and all that jazz. Of we maken een revolutie, ook een goed idee. Maar dat gaat gewoon nu ff niet gebeuren. Dit is waar de keuze nu op neer komt: Duidelijk en principieel maar breed protest met de mogelijkheid van naar een oplossing toe te werken, of langzaam gemarginaliseerd worden terwijl we doorgaan met kleine demonstraties.

Daarom hoop ik dat iedereen enthousiast mee zal bouwen aan 23 maart en onze samenwerking zo voortreffelijk blijft als ‘ie tot nu toe is. Dit is een unieke kans, we moeten hem met beide handen aangrijpen!

Toevoeging 28 januari:
Iemand merkte terecht op dat ik in dit stuk wel erg veel de indruk wek dat het succes van de acties af gaat hangen van de betrokkenheid van politieke partijen. Dat is niet zo. In de eerste plaats wilde ik benadrukken dat politieke partijen noodzakelijk zijn voor het vertalen van het protest naar wetgeving, en dat we ze daarom nodig hebben. Maar het succes van de acties hangt af van de kracht van het protest, en dus de grootte en breedte. In mijn optiek zou politieke partijen betrekken die breedte op een belangrijke manier vergroten.
Facebook spam is de ultieme vrijheid 
Facebook spam is de ultieme vrijheid 

donderdag 6 december 2012

De laffe onzin van Nourdeen Wildeman. Activisten en het tentenkamp.

El Mouthena spreekt 10 november als eerste vluchteling. Hij zit nu nog vast.
Nourdeen Wildeman heeft activisten en anarchisten beschuldigd van het kapen van het tentenkampprotest en de ontruiming. Dit is complete onzin. Het is juist Wildeman die het protest probeert te kapen. De meest principiële activisten, inderdaad vaak anarchisten, zijn de mensen die het best luisteren naar wat de vluchtelingen willen. De ontruiming verliep volgens plan, volgens het plan van de vluchtelingen. We kunnen trots zijn op de dappere vluchtelingen en activisten die de politierepressie trotseerden.

Leuk als je ergens ingehaakt heb gestaan, een fysiek en emotioneel zware nacht heb gehad, om dan neergesabeld te worden door een of andere 'Nourdeen Wildeman'. Wie denk je wel niet dat je bent?! Luister eens even Nourdeen, ik zal het je zeggen: alle demonstraties en acties zijn voortgekomen vanuit de wens van de vluchtelingen zelf. Die hebben activisten er bij te zijn, op de voorwaarden van de vluchtelingen zelf. Wij activisten herkennen de vluchtelingenkampen als een belangrijk moment waarop we in actie moeten komen, voor de vluchtelingen en tegen het beleid. Juist vanwege onze principieel linkse principes doen we dat op hun voorwaarden.

Ik kan daartoe getuigen omdat ik met de vluchtelingen acties heb georganiseerd. 10 november: prachtige demonstratie in Amsterdam. Wie bedacht het? Het was El Mouthena die het liefst wou demonstreren. Verblijf of eten interesseerde hem weinig; hij wilde veel actie voeren. Dat is een redelijk aparte aanpak, maar hij heeft wel die boel aangejaagd.  Dus samen met de andere leiders van het kamp, Mamadou, Younes, Bayisa en Mustafa is de actie bedacht ontworpen. Het ging op hun voorwaarden. Natuurlijk praatten we mee; maar zij beslisten. Kijk maar naar wie er spraken op de demonstratie: dat waren vooral vluchtelingen zelf.Je hebt

De vluchtelingen wilden een eigen website. Dus die hebben we gemaakt. Hierop staan teksten van hun zelf. Ja, een van de activisten (ik) heeft gewerkt aan grafisch ontwerp; maar dat was op hun voorwaarden. Toen de burgemeester van Amsterdam aankondigde dat hij ze op straat, in de gevangenis en het land uit wilde gooien dmv een ontruiming, wilden de vluchtelingen nog één keer de straat op. Dit werd aangekondigd op hun eigen site. Vervolgens werd de oproep om bij de vluchtelingen te komen slapen, en bij de ontruiming te zijn ook op hun eigen site gezet. 

In de nacht zelf hebben we een precies plan getrokken. De vluchtelingen wilden niets doen wat mogelijk tegen hun gebruikt kon worden. Dus maakten we een helder plan: als de politie komt, gaan we voor de poort staan om ons weg te laten slepen. We gebruikten passief verzet. Geen geweld of wat dan ook, specifieke wens van de vluchtelingen. Voor de actie begon hebben we dat nog met z'n allen doorgesproken. Iemand vroeg: 'Ja leuk, maar wie heeft dat besloten dan?' Toen hem werd duidelijk gemaakt dat het de vluchtelingen zelf waren, accepteerde hij dat, en gingen we verder met vernikkelen in die ijskoude nacht, wachtend op de onvermijdelijke ontruiming.

Natuurlijk moeten we harde actie voeren. Mensen leven in een complete shitsituatie vanwege het racistische immigratiebeleid. Uit protest gingen ze maanden kamperen op straat in de kou. Dat is flink harde actie. Maar vervolgens zijn er van die goedbedoelende types die dachten dat we ze het beste helpen door hun verblijf in het kamp zo dragelijk mogelijk te maken. Nee. Want het kamp is een middel, geen doel. Het gaat om hun status, het gaat om het beleid. Het kamp moest om die reden onderhouden worden. Maar bovenal moet er flink actie gevoerd worden.

Wellicht dat je anarchistisch met principieel activisme door elkaar haalt Nourdeen, dat kan best. In dat geval heb je niets anders dan een mooi compliment gegeven aan de anarchisten. Feit is dat juist jij geen respect hebt voor de besluiten van de vluchtelingen. Dit is wat ze wilden. Jij zet dat weg met een woord dat je als een scheldwoord ziet. Daarmee erken je niet dat ze zelf mens genoeg zijn om te besluiten hoe ze zelf actie voeren en probeer je hun je eigen lafheid op te leggen. Je hebt Younes nog voor het cellencomplex waar ze zaten gesproken, dat heb je zelfs op youtube gezet. Dus je hebt kunnen weten hoe en waarom we de actie deden zoals we het deden. Vraag is: heb je in domme onwetendheid een beschuldiging gedaan, of ben je zo laf dat je leugens verspreid over activisten? Bovendien staat in de Koran dat je een activist dient te zijn. Heb ik van meerdere vluchtelingen gehoord, waaronder El Mouthena. Nu jij weer.



Facebook spam is de ultieme vrijheid 
Facebook spam is de ultieme vrijheid 

dinsdag 18 september 2012

Peter Storm reageert op de kritiek op zijn artikel

In reactie op de redelijk gepeperde kritiek van De Zwarte Lynx dat op dit blog verscheen, heeft Peter Storm een artikel geschreven. Nogmaals de schoonmaakstaking – weerlegging overtuigt niet heet het en is te lezen op Peters blog Rooieravotr. Zo schrijft hij: 'Ik heb het stuk met verbazing, bijna met ongeloof gelezen. Het is bij tijd en wijlen alsof er gereageerd wordt op een heel ander artikel, ééntje dat ik niet geschreven heb en ook niet geschreven zou willen hebben'. 

Ha, discussie! En dan eens niet over 'wie heeft de Russische revolutie verraden' maar over een actueel en belangrijk onderwerp, namelijk het laatste hoogtepunt in de klassestrijd in Nederland, de schoonmakersstaking. Dit soort discussie mag wel wat meer op radicaal links in deze contreien. Ik zal me hier niet uitspreken voor de één of de ander, alhoewel ik natuurlijk positief bevooroordeeld ben richting mijn broeder Lynx. Maar oordeel zelf! Lees hier het volledige artikel van Peter Storm: Nogmaals de schoonmaakstaking – weerlegging overtuigt niet

En voor de volledigheid, hier een terugblik van de Internationale Socialisten uit mei: De schoonmakers: lessen trekken uit 16 weken staken


maandag 17 september 2012

De winst van de schoonmakersstaking: Peter Storms kritiek weerlegd

In het artikel van Peter Storm, waarin hij terugblikt op de schoonmakersstaking van begin dit jaar, staan een aantal onwaarheden en verkeerde inschattingen. Deze komen voort uit onwetendheid en het stellen van anarchistische* principes boven anarchistische dynamieken. Daardoor ziet hij de vooruitgang die is geboekt door de staking niet, en doet hij geen recht aan de stakers en hun ervaringen. 

Geschreven door De Zwarte Lynx

Laten we beginnen met de onwaarheden. Deze komen naar voren wanneer Peter zich baseert op een stuk van de IKS, het meest sektarische links-revolutionaire clubje dat Nederland 'rijk' is die, het mag gezegd worden, af en toe wel interessante punten heeft. Maar in praktische zin heb je er geen fuck aan, en ik vraag me eigelijk af óf ze uberhaupt wel een praktijk hebben naast schrijven. In één van hun schrijfsels wordt gesteld dat er tijdens de staking maar een aantal dagen het werk daadwerkelijk is neergelegd. Bovendien dat het elke keer schoonmakers uit een andere regio waren die actie voerden. 

Dit is totale onzin. Belangrijk om te weten is dat de vakbond van schoonmakers tegen de 16.000 leden heeft uit 130.000 schoonmakers, waarvan er veel ook vóór het nieuwe vakbondsmodel daar werd ingevoerd al lid waren. Slechts 2500, in mijn indruk voor een groot deel diegenen die door middel van dit nieuwe vakbondsmodel zijn georganiseerd, hebben uiteindelijk gestaakt. Maar die staakten wél de hele tijd dat de staking heeft geduurd. De indruk die de IKS heeft dat het continu ánderen waren die in actie kwamen, is wel een beetje logisch (als je er nooit, of bijna nooit, bij was). Dit komt doordat er naast grote, landelijke acties - waar de opkomst van schoonmakers piekte rond de 2500 en later terugzakte naar zo'n 1000 - ook veel acties waren die werden uitgevoerd door de schoonmakers uit één of twee steden. Te denken valt aan het bezetten van het schoonmaakkantoor van Facilicom, waar schoonmakers uit voornamelijk Amsterdam naar toe gingen, waarna zij met weer andere schoonmakers (uit Nijmegen bijvoorbeeld) een actie bij ICS deden. Over het algemeen was er elke week één landelijke actie en één lokale actie per regio/stad. 

Vervolgens stelt Peter dat het de bestuurders waren die de strategie hebben uitgestippeld, "weliswaar" in samenspraak met schoonmakers. Dat klopt. Maar er was tenminste samenspraak, in tegenstelling tot wat normaal is in grote delen van de vakbond. Als de schoonmakers meer inspraak willen, dan moeten ze dat bovendien zelf gaan opeisen. Ik heb zelf meegemaakt hoe een activist, op de bezetting van de VU, een stemming forceerde onder de aanwezige schoonmakers over een bepaald punt. De helft van de schoonmakers deed niet eens de moeite om hun hand op te steken om voor of tegen te stemmen. Voor alle duidelijkheid: dit is geen verwijt aan de schoonmakers. Maar je kan moeilijk de macht in handen géven aan een groep mensen die dat helemaal niet wíllen, of het helemaal niet interesseert, en het wel goed vinden hoe de bestuurders/organisers het regelen. 

Natuurlijk is het veel beter als de schoonmakers zélf beslissen. Maar dan gaat het dus erom hoe we van de huidige situatie, waarin bestuurders voor een groot deel alles beslissen, komen naar een situatie waarin schoonmakers alles beslissen. Hoe we dus van punt A naar punt B komen. Het gaat dus om verandering, om dynamiek - niet om principes. We kunnen wel blijven schreeuwen dat de wereld niet aan onze principes voldoet, maar dat is een waarheid als een koe. We leven nou eenmaal in het kapitalisme, niet de anarchie. En als we vanuit het kapitalisme naar de anarchie willen komen, dan moeten we de dynamieken vatten die van het één naar het ander kunnen leiden. En ik denk eigelijk dat zéggen dat het één niet het ander is er bijzonder weinig aan bijdraagt, want dat is wel duidelijk mag ik hopen. De staking of schoonmakersvakbond afzeiken omdat het (nog) niet voldoet aan onze anarchistische principes is dus ook onzinnig, omdat het logisch is dat die niet voldoet aan onze anarchistische principes. Anders hadden we het hier namelijk niet over de FNV, maar om een of andere anarcho-vakbond. En feit is dat we die in Nederland gewoon niet hebben. 

Dus ja, inderdaad, "hier zien we geen arbeidersmacht" in de zin van een groep arbeiders die geheel zelf-georganiseerd het werk neerlegt, vervolgens de baas de werkplek afkankert en die werkplek overneemt. Duh. Maar we zien wel een stap(je) in de ríchting van die arbeidsmacht. Door deze staking en doordat men georganiseerd raakte - in officiële en niet-officiële zin - en hun rechten leerde kennen (in een samenspel van schoonmakers en organisers) heeft men een aantal belangrijke lessen geleerd, haar eigen kracht gezien, en meer zelfvertrouwen gekregen. Dit uit zich óók in een grotere drang naar inspraak door schoonmakers zelf in de strategie en tactiek van de staking. 

Bezette VU-collegezaal
Een voorbeeld van deze drang was het groepsgewijs aanspreken van de hoofdbestuurder van de schoonmakersvakbond nadat hij de actie op Utrecht Centraal tot een abrupt einde bracht. Nog een ander voorbeeld is het, voor een zaal gevuld met schoonmakers op de VU, tegen de bestuurders/organisers in gaan van een schoonmaker over de vraag of ze wel of niet nog een dag moesten blijven op de VU(1). Daaruit blijkt tegelijkertijd weer het grote probleem: de sfeer in de zaal was dat 'men' moest blijven. Maar toen gevraagd werd wíe er wilde blijven, stond slechts een handjevol op. Aangezien je niet een universiteit kan bezetten met vijf mensen, ging men dus weg. Men was niet (zelf-)georganiseerd genoeg om er voor te zorgen dat wat men in principe wilde, ook daadwerkelijk gebéurde. 

Meer dan collega's
Dat komt natuurlijk doordat de maníer waarop men georganiseerd is voor het overgrote deel vía de organisers en bestuurders is. Dat is niet verbazingwekkend, aangezien velen voordat ze in aanraking kwamen met organisers/bestuurders helemaal niet georganiseerd waren. Dat is dus ook niet 'fout', want voordat men in aanraking kwam was er dus totaal geen organisatie (alleen informeel op elke individuele werkplek afzonderlijk). Er is hier dus sprake van een stapje vooruit. Dat er nog al wat stappen gezet moeten worden voordat schoonmakers zichzelf hebben georganiseerd en zo sterk zijn hun eigen koers uit te stippelen klopt. Maar laten we niet de enorm grote fout maken om dan maar blind te zijn voor het stapje dat nu is gezet, of sterker nog, dit stapje af te keuren. 

Dit is helemaal zo omdat er door de staking(sacties) ook een stap vooruit is gezet in de organisatie van schoonmakers buiten de bestuurders/organisers om. Het simpele voorkomen van de acties zorgde er voor dat veel verschillende schoonmakers van verschillende steden met elkaar in contact kwamen, en dat de banden tussen schoonmakers die elkaar al kenden zijn aangehaald. Van onbekenden naar kennissen, van kennissen naar vrienden dus. Met het toenemen van de formele organisatie, voornamelijk via bestuurders en organisers, is dus ook (via de acties die konden gebeuren door de formele organisatie) de informele organisatie tussen schoonmakers onderling enorm toegenomen. 

Dit is, voor mij, één van de twee belangrijkste winsten uit de staking. En iets wat je normaal niet ziet, om het simpele feit dat 'overwinningen' via de onderhandelingstafel en met actiedreiging ipv met daadwerkelijke actie voeren worden binnengehaald. Dat de loonstijging en andere eisen, die overigens wel vrij fors waren(2), op een of andere maatstaf als niet toereikend kunnen worden gezien, dat zal wel. Maar eisen zijn nóóit toereikend, want dat betekent nog altijd dat er een baas is waaraan je het vraagt.

De andere belangrijke winst is het groeien van zelfvertrouwen en het besef van eigen kracht. Dit is heel duidelijk te merken aan de schoonmakers die ik na de staking heb gesproken. Ook dit heeft weer te maken met het feit dat er actie werd gevoerd. Overigens ook met de manier waarop, maar dat is een ander verhaal. En natuurlijk ook doordat een groot deel van de eisen door de staking zijn ingewilligd, dóór die acties, en dóór het neerleggen van het werk. 

Peter schrijft in een reactie op een kritiek op een eerder stuk van hem over de schoonmaakstaking, "iedereen zou heel verbaasd zijn als ik van een “mooie overwinning” van de gemeenteambtenaren zou spreken vanwege hun recente CAO na actiedreiging… Wat er met de schoonmakers is gebeurd is wel anders. Maar is het principieel anders, is het heel veel anders?" ... Is het anders? JA! Is het heel veel anders? JA! Is het principieel anders? Geen idee, definieer hier wat er bedoelt wordt met principieel. Boeit ook niet. Maar concréét is het zeker anders. Dat wil zeggen in de dynamiek die de overwinning tot stand heeft gebracht, een dynamiek die na datgene wat het tot stand heeft gebracht nog altijd doorklinkt in wat het concréét tot stand heeft gebracht en tot stand blijft brengen(3): JA! Ja, ja, JA en nog eens JA! Het is totaal anders.

Want in de dynamíek zien we een klein beweginkje van de kapitalistische situatie A naar de anarchistische situatie B. Van verspreidde, niet met elkaar in contact staande, op zichzelf staande, onzekere, onmachtige, onwetende(4), met verzet onervaren mensen naar samengekomen, onderling solidaire, meer zelfvertrouwen hebbende, iets machtigere(5), van hun rechten bewuste mensen die aan zich verzetten geproefd hebben - met een góede afloop!(6) Natuurlijk willen we naar een samenleving waarin er ook echt sámen geleefd wordt(7), waarin mensen elkaars en hun eigen problemen samen oplossen, waarin ze blaken van zelfvertrouwen en liefde voor zelf en ander, waarin mensen gezamelijk de totale macht over hun leven hebben(8), bewust van hun kracht, mogelijkheden en waardigheid, en bereid en in staat in opstand te komen als de situatie daar om vraagt. En natúúrlijk is álles wat niet dát is, simpelweg niet genoeg. Niet goed genoeg, niet mooi genoeg, niet vrij genoeg, niet waardig genoeg. Maar, alsjeblieft zeg, laten we niet álles neersabelen want nog niet is wat wij willen, en daardoor compleet uit het oog verliezen dat er een overwinning is geboekt. Dat er een stap in de juiste richting is gezet. En daardoor ons ook compleet afsluiten voor de mogelijke manieren om van A naar B te komen, waardoor we dus gewoon in situatie A blijven steken. 

Zoek dat wat anarchistische dynamieken ín zich heeft, en ondersteun die!(9)

Nog een aantal korte puntjes. Over de mogelijkheid, op het eind van de staking, dat er geen centrale CAO afgesloten kon worden. Peter vindt dat vreselijk. Het is een hele andere discussie, maar er valt ook wat voor te zeggen dat wie niet vecht, die niet wint. In 'moreel' opzicht, maar ook tactisch: het algemeen verbindend verklaren van CAO's door de staat is ook een manier om organisatie-graden laag te houden en de onvoorspelbaarheid van de strijd in te tomen. Daarnaast noemt Peter de schoonmakersstrijd "beroerd georganiseerd". Natuurlijk, zoals ik ook al zei, kan het altijd stukken beter. Maar kijk eens om je heen, wie doet het beter? Niemand. Als het gaat om Nederland was dit een landelijke coördinatie van mensen en middelen zonder (recent) precedent. Nu zijn er gevallen waarbij anarchisten zouden zeggen "dit is beter georganiseerd", in de zin van, meer volgens onze principes gecoördineerd. Punt is alleen wel, dat we bijna nooit winnen!(10) Al die mensen die altijd zitten te zeiken op andere groepen en hoe die een bepaalde strijd voeren, daar wil ik één ding tegen zeggen: doe het zelf dan! Als jouw manier beter is, toon het maar aan. Door in ieder geval íets te winnen. Doe het maar ‘ss. Kom op! Ik wacht. Ik geloof best dat je goede ideeën hebt, dat ze goed klinken in ieder geval. Maar kom eens op met die góede praktijk! 

Nog één ding, en dan laat ik jullie met rust. Peter zegt "vakbondsbestuurders spelen hun spel, dat geen enkel krediet en waardering verdient; linkse politieke groepen gaan daar vaak teveel in mee, en ook dat siert ze niet." Afzonderlijk van of dat allemaal klopt over dat spel, en krediet en waardering(11): het probleem is écht NIET dat linkse politieke groepen daar in mee gaan. Als het inderdaad om vuile spelletjes gaat, dan is het probleem dat de schoonmakers daarin meegaan. Als we daar iets tegen willen doen, dan moeten we de dynamieken die we voor ons zien die in de richting wijzen dat schoonmakers daar niet in mee gaan ondersteunen. Wat we niet moeten doen is zéggen, en al helemaal niet alléén maar zeggen, 'de bestuurders spelen vuile spelletjes'. Daar komen mensen zelf wel achter, of niet, en in ieder geval niet doordat wij het zéggen. Lullen is nog altijd iets fundamenteel anders dan dóen. We moeten mensen in staat stellen niet meer met de stroom mee te gaan, het liefst nog voordat men er achter komt dat die stroom flink klote is. Dat is een kwestie van organisatie, van kracht, kennis (om iets te kúnnen doen), zelfvertrouwen, contacten en kunde. 

Geen woorden maar daden, kameraden. Principes vloeien voort uit sociale dynamieken, niet andersom!


Hoezo schoonmaken!
Lees hier een eerder artikel van De Zwarte Lynx: ‘Demonstrant moet harder kunnen optreden’


*in veel van de gevallen dat hier ‘anarchistisch’ wordt gezegd, valt het trouwens ook gewoon te vervangen door ‘revolutionair’
1. de eisen van de bezetting waren toen al ingewilligd, maar die schoonmaker vertrouwde het niet
2. het is natuurlijk nooit toereikend totdat de eisen betekenen dat arbeiders de macht op hun werkplek in handen krijgen en álles wat voortkomt uit hun arbeid in bezit krijgen. Maar dat is geen eis die gesteld wordt, maar een handeling die wordt uitgevoerd, een dynamiek die zich voltrekt: sociale revolutie.
3. zoals veel anarchisten, plat gezegd, over het ontaarden van de Russische Revolutie tot een dictatoriale teringzooi zeggen "ja vind je het gek, als je de revolutie maakt met zo'n autoritaire teringpartij". 
4. voor alle duidelijkheid, onwetend =/= dom.
5. het is mijn overtuiging dat je de anarchie, de samenleving zonder heersers, alleen kan bereiken door iedereen tot heerser te maken. Door macht algemeen te maken, vernietig je de macht. Doordat iedereen macht heeft, heeft niet één iemand of een klein groepje de macht, en heeft niemand dé macht.
6. regelmatig werden tijdens de staking mensen die eraan meededen hun contracten niet verlengd (ontslagen dus), en ik ben regelmatig bij acties geweest waarbij werd geëist dat ze weer werden aangenomen. En dat gebeurde dan ook.
7. al is iedereen natuurlijk vrij zich daaraan te onttrekken, periodiek of altijd, gedeeltelijk of totaal. Punt is dat we nu totaal langs elkaar door leven.
8. in de zin van, het individu beslist voor het individu, twee mensen voor twee mensen, een groepje voor een groepje, een wijk voor een wijk, een stad voor een stad, een regio voor een regio, enz.. een wereld voor een wereld.
9. Het spreekt voor zich dat je niet-anarchistische dynamieken niet ondersteunt, of probeert dat zoveel mogelijk te minimaliseren (omdat het waarschijnlijk niet altijd mogelijk is dit uit de weg te gaan).
10. De enige uitzondering die ik ken is de OTTO-workforce campagne. Maar dat ging ook over eisen mbt 2-3 mensen, niet 130.000.
11. Het gros van de beslissingen van bestuurders/organisers waren overigens gewoon gebaseerd op oprechte vakbondsoverwegingen. Nu kan je vragen stellen bij de positie waaruit die vakbondsoverwegingen naar voren komen, deze zelfs afkeuren, maar dat is iets anders dan dat er een ‘vuil spelletje’ wordt gespeeld. Bovendien wisten bestuurders/organisers vaak een stuk beter waar en hoe er actie gevoerd moest worden dan activisten, die nogal snel blijven steken in ideologische puurheid en/of vaak de neiging hebben élke afzonderlijke actie zo hard en zo ver mogelijk door te willen drijven tot aan ‘de revolutie’ omdat hun perspectief (en organisatiekracht)  vaak ophoudt na de actie die wordt gepland of al gaande is.  Overigens zou in de woorden van diezelfde IKS de activisten, waardoor deze discussie wordt gevoerd, betiteld moeten worden als ‘de linkervleugel van het kapitaal’. Dat ons programma zegt ‘alle macht aan de arbeiders’, doet er voor de rest niet toe. Het gaat er niet om dat de schoonmakers ons verhaal overnemen, maar dat ze hun eigen verhaal maken, hun eigen fouten kunnen maken en hun eigen successen kunnen behalen. Zelf leren vechten. Het enige wat wij kunnen doen is hen daarin ondersteunen, en dan voor 99% praktisch en 1% theoretisch – tussendoor, in een opmerkinkje hier en daar, in een gesprek onder het genot van een biertje, in het uitleggen van onze rechten t.o.v de politie, enz.