Velen van zullen zich afgevraagd hebben waarom FNV voorzitter Heerts 30 november koos als een datum voor een groots protest tegen het kabinet. Het was reeds duidelijk dat hij, door geheel op eigen initiatief deze datum te prikken, zich en de FNV vrijwaarde van deelname aan het protest van 21 september in Amsterdam, en zo demobiliseerde voor dat protest. Er is nu echter een reden opgekomen om Heerts' datumkeuze te wantrouwen, ik kom er pas net achter. 30 november wordt gevierd dat het Koninkrijk der Nederlanden 200 jaar bestaat. Een feest van nationale eenheid. Maar wij willen helemaal geen nationale eenheid, wij werkers willen strijden tegen de regering en de rijken. Los daarvan zullen we waarschijnlijk in de beeldvorming weggeconcurreerd worden door zwaaiende Oranjes. Dit is dus echt ruk.
Weg met Heerts!
Posts tonen met het label Oranjes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Oranjes. Alle posts tonen
dinsdag 5 november 2013
maandag 29 april 2013
Een kroningsoproer in Colombia
Een kameraad van de Rode Lynx vertelt hoe men in Colombia reageert als hij aankomt met onze gekoesterde Oranjetraditie. Luister en huiver.
Door indenvreemde
Ik zit sinds een maand in Colombia. Gelukkig is er hier een Nederlandse gemeenschap die een K(r)oningsfeest organiseert. Op de uitnodiging staat het rekeningsnummer waar p.p. 35 pesos, zo'n 15 euro, naar overgemaakt moet worden. Op zijn Nederlands wordt verwacht dit tijdig te doen, maar, staat erbij, dan krijg je wel rookworst, haring en stroopwafels. Ook wordt nog medegedeeld dat verwacht wordt dat men in oranje komt, of in oranje tint.
Goed, ben altijd wel in voor een feestje. Werd wel een beetje ongemakkelijk toen mijn Colombiaanse vriendin zei dat ze mee wilde. Hoe ga ik haar vertellen van een koning in een ver moerasland? Oranje??? Met een ietwat verdwaasde vriendin líep ik door een winkelcentrum op zoek naar íets oranjes. Het bleek niet makkelijk te zijn. Ondertussen probeer ik haar uit te leggen dat het echt niets uitmaakt wat we kopen, als het maar oranje is. We kwamen in de zoveelste winkel. Om ons heen stonden een aantal keurig aangeklede dames in de rekken naar íets moois te zoeken.
Ik vroeg het winkel meisje naar íets oranjes, waarop het winkelmeisje mij vroeg wat ik dan wilde. Mijn vriendin had het eindelijk begrepen. 'Dat maakt niet uit, als het maar oranje is'. Het meisje en de vrouwen waren verbaasd en keken ons aan. Ik werd ongemakkelijk, er ging íets aankomen. Ik wilde weg. Mijn vriendin voelde dit en dacht wat uit te moeten leggen. Oh nee, ik raakte in paniek, toch niet de waarheid? In een wanhopige poging trok ik mijn bilspieren aan in de hoop dat dit haar zou weerhouden te spreken, maar het baatte niet.
'Deze jongen is van een volk, en zij hebben een koningin.' Alle ogen waren nu op mij gericht. Vol verbijstering keken de dames naar deze jongen met een koningin. De waarheid werd in haar wrede naaktheid over mij uitgekotst. En zij ging verder. 'En nu krijgen zij een koning'. Bij ieder woord dat zij sprak voelde ik mij naakter, ik verkrampte. 'En wanneer zij een koning krijgen moet iedereen van zijn volk oranje keding aan.' Ik kon niet meer, ik zag de verbijsterde ogen van het winkelmeisje, in haar ogen zag ik mijn spiegeling, daar stond ik, naakt, met alleen een peniskoker om mijn geslacht, een speer in mijn hand, terwijl de slierten van de kots van de waarheid over mijn lichaam naar beneden sijpelden. Ik keek opzij, maar ook daar zag ik de naakte primitieveling in de ogen van de dames. Ik wilde wegrennen en schreeuwen 'wij maken tenminste geen vakbondsmensen dood', maar ik deed het niet. Ik weende zacht, naakt, het is waar, ik heb een koningin, ik krijg een koning.
Door indenvreemde
Ik zit sinds een maand in Colombia. Gelukkig is er hier een Nederlandse gemeenschap die een K(r)oningsfeest organiseert. Op de uitnodiging staat het rekeningsnummer waar p.p. 35 pesos, zo'n 15 euro, naar overgemaakt moet worden. Op zijn Nederlands wordt verwacht dit tijdig te doen, maar, staat erbij, dan krijg je wel rookworst, haring en stroopwafels. Ook wordt nog medegedeeld dat verwacht wordt dat men in oranje komt, of in oranje tint.
Goed, ben altijd wel in voor een feestje. Werd wel een beetje ongemakkelijk toen mijn Colombiaanse vriendin zei dat ze mee wilde. Hoe ga ik haar vertellen van een koning in een ver moerasland? Oranje??? Met een ietwat verdwaasde vriendin líep ik door een winkelcentrum op zoek naar íets oranjes. Het bleek niet makkelijk te zijn. Ondertussen probeer ik haar uit te leggen dat het echt niets uitmaakt wat we kopen, als het maar oranje is. We kwamen in de zoveelste winkel. Om ons heen stonden een aantal keurig aangeklede dames in de rekken naar íets moois te zoeken.
Ik vroeg het winkel meisje naar íets oranjes, waarop het winkelmeisje mij vroeg wat ik dan wilde. Mijn vriendin had het eindelijk begrepen. 'Dat maakt niet uit, als het maar oranje is'. Het meisje en de vrouwen waren verbaasd en keken ons aan. Ik werd ongemakkelijk, er ging íets aankomen. Ik wilde weg. Mijn vriendin voelde dit en dacht wat uit te moeten leggen. Oh nee, ik raakte in paniek, toch niet de waarheid? In een wanhopige poging trok ik mijn bilspieren aan in de hoop dat dit haar zou weerhouden te spreken, maar het baatte niet.
'Deze jongen is van een volk, en zij hebben een koningin.' Alle ogen waren nu op mij gericht. Vol verbijstering keken de dames naar deze jongen met een koningin. De waarheid werd in haar wrede naaktheid over mij uitgekotst. En zij ging verder. 'En nu krijgen zij een koning'. Bij ieder woord dat zij sprak voelde ik mij naakter, ik verkrampte. 'En wanneer zij een koning krijgen moet iedereen van zijn volk oranje keding aan.' Ik kon niet meer, ik zag de verbijsterde ogen van het winkelmeisje, in haar ogen zag ik mijn spiegeling, daar stond ik, naakt, met alleen een peniskoker om mijn geslacht, een speer in mijn hand, terwijl de slierten van de kots van de waarheid over mijn lichaam naar beneden sijpelden. Ik keek opzij, maar ook daar zag ik de naakte primitieveling in de ogen van de dames. Ik wilde wegrennen en schreeuwen 'wij maken tenminste geen vakbondsmensen dood', maar ik deed het niet. Ik weende zacht, naakt, het is waar, ik heb een koningin, ik krijg een koning.
vrijdag 8 februari 2013
Weg met de monarchie Amsterdam
We waren in de buurt en hadden een anti-monarchie bord bij ons, dus we maakten er maar ff een korte actie van op de Dam :)
Solidair met Joanna, weg met de monarchie! Het is 2013!
Solidair met Joanna, weg met de monarchie! Het is 2013!
zaterdag 2 februari 2013
De grachtengordel: ontstaan uit bouwfraude
Men neme een willekeurige bestuurder of politicus, en klutst die flink door elkaar. Naar smaak zout toevoegen. Gooi het geheel bij een groot prestigeproject, even laten rijzen en dan in de oven op 180 graden. Na een half uurtje heeft u gegarandeerd een overheerlijke oud-Hollandse bouwfraude. Een beetje van jezelf, een beetje van Maggi.
![]() |
| De groei van Amsterdam. In 2013 herdenken we de westelijke 'derde uitleg' |
‘Hoe schitterend ook het tafereel moge zijn, dat onze Gouden Eeuw ons voor oogen toovert, toch is het waarlijk niet alles goud wat ons in die dagen tegenblinkt! Zelden oefent een tijdvak van buitengewonen materieelen voorspoed op een volk een veredelenden invloed uit. En allerminst was dit het geval in de wilde jeugd van onze vrijgevochten natie, die zich in ’t goede en ’t kwade vrijelijk naar eigen goesting uitleefde […] Wilde speculatie en dobbelzucht vierden hoogtij’,
schreef de Johan Elias in 1923; ambtenaren deden nogal eens grepen uit de kas, of speelden dergelijke spelletjes met het geld dat hen was toevertrouwd, dat ze in het geheel failliet gingen. Waarmee ik niet wil zeggen dat het hier corrupter was dan elders, daar heb ik geen flauw benul van.
Maar corrupt was het allemaal wel. ‘Eerlijke handel’ en oneerlijke handel staan elkaar dan ook zo dicht tot elkaar, dat waar de één is, de ander nooit ver is. Wat wel blijkt uit de ‘eerlijke handel’ in Oost en West-Indië, waar de Gouden Eeuw vaak op tragische wijze tot gereduceerd wordt. Wat de VOC ‘eerlijk’ tegen torenhoge prijzen verkocht in Amsterdam dankzij hun monopolie, had ze (simpel gesteld) werkelijk eerst gestolen of via onvrije arbeid verkregen in de Oost. Het gebeurde echter ook dichter bij huis. Wat nu volgt is een aparte manier van er naar kijken, maar er is geen woord van gelogen: Willem van Oranje was een ketterse roverhoofdman. Toen hij politiek zijn zin niet kreeg, gaf hij vrijbrieven aan zekere fundamentalistisch-calvinistische types om te roven, plunderen en moorden. Die noemde men Watergeuzen, en zij richtten grote terreur aan. Dit soort beleid en dit soort handel was dus doodnormaal; goed en fout liepen in het openbaar bestuur en de koophandel door elkaar.
Amsterdam was ook niet onbekend met fraude. Sterker nog, er was hier zo veel fraude dat het in 1580 de toorn van de Generaliteit en Prins Willem uitlokte. Die Amsterdammers hadden tussen 1572 en 1578 zich als enige grote stad in Holland trouw aan de koning gehouden. De Prins was Amsterdam zeer goedgezind (zoals iedere heerser in dit land voor en na hem), en niet lang nadat Amsterdam overging van Konings- naar Prinsgezind in 1578 bezocht hij de stad officieel, in 1580. Een enorm groots publiek feest werd voor hem georganiseerd. Dus alles koek en ei, zou je zeggen. Maar, nee, Amsterdam sloeg meteen na 1578 zodanig aan het frauderen met de zgn. ‘konvooien en licenten’ (een belasting op zeevaart), dat de Prins in hetzelfde jaar als dat grote publieke feest oorlogsschepen het IJ in stuurde om Amsterdam te dwingen! Uiteraard had Amsterdam zoveel lak aan alles en iedereen dat het gewoon met frauderen doorging. Want Amsterdam is Amsterdam, en bovendien is Amsterdam een geweldige vesting, dus kon de Prins z’n scheepjes terugtrekken.
Hoe dan ook, hoe corrupt en frauduleus Amsterdam ook toen was, nog corrupter was de generatie die aan de macht was ten tijde van de bouw van de grachtengordel, meldt ook Elias. Hun grootste succes is wat Amsterdam dit jaar viert: in 1613 zou men aan de grachtengordel begonnen zijn, dus 2013 is 400 jaar. Een redelijk arbitrair jaartal zou je denken: de vergunning was verkregen in 1609 dus men was er al veel langer meer bezig, maargoed. In 1611 komt de deze kerkpartij dus meer in het zadel. Elias:
‘De stand, waartoe zij behoorden, nam er een bevoorrechte positie in. Zonder veel moeite konden zij zich door behulp van invloedrijke verwanten een eereplaats laten inruimen, die hen in staat zou stellen aan hun ambitie of hun hebzucht den ruimen teugel te vieren. Dies staken geldzucht en ambtsbejag driester het hoofd op. Hooft [Cornelis Pietersz. Hooft, politicus, vader van schrijver P.C. Hooft - RL] klaagt reeds over „de grote verhoginge van sommiger heeren presentiën [presentiegeld – RL], daer men nu onlangs van heeft vernomen; twelck ick oock mene dat beter nagelaten hadde geweest, om te min oorsaek te geven en dye bedieningen [aanstellingen – RL] te doen ambiëren ende nichtgen ende neefgens daermede te beneficieren”’.
Maar laten we niet te vlug oordelen. Zijn zij, het die de bron van de corruptie rondom de grachtengordel? Nee, het bleek de kliek die tot ongeveer 1611-1615 aan de knoppen zat. Onder de familie Oetgens resideerde de stad sinds 1585, ook die verdeelden de posten en lusten onderling. Inderdaad noemt onze vrijwillige gemeentearchivaris ook hen ‘schaamteloze uitbuiters’. Met name de hoofden van de familie, de zwagers Cromhout en Oetgens, waren ‘berucht om hun hebzucht’ en hun ‘eygensoeckentlickheydt’, oftewel nepotisme. Baas van het hele project vanaf 1609 was Frans Hendricksz. Oetgens, dikwijls burgemeester en ‘Stadsfabriekmeester’ (baas openbare werken). We citeren uitgebreid Elias:
‘Met zijn zwager Burgemeester Barthold Cromhout, den Schepen Jonas Cornelisz. Witsen, — een Calvinist, die in 1613 als ouderling in den Kerkeraad zat! — en een bevrienden koopman Dirck Claesz. van Sanen had hij, vertrouwende op „de veelheydt van de personen van haere maechschap [familie - RL] en alliance, dye totte regieringe zijn beroepen”, een plan bedacht om gezamenlijk uit deze stadsuitbreiding ten eigen bate munt te slaan. Al het land buiten de Haarlemmerpoort, buitendijks, was door hen in stilte tegen lagen prijs opgekocht, met het doel om het te gelegener tijd voor grof geld aan de stad over te doen. Toen eenmaal de zaak van den uitleg in de Vroedschap [‘gemeenteraad’ – RL] beklonken was en het er voor de drie „samenzweerders” om ging uit hun manipulatiën de meestmogelijke winst te trekken, spanden niet alleen zijzelf maar ook hun naaste bloedverwanten alle krachten in om deze speculatie te doen gelukken’.
Ten behoeve van deze fraude werden vervolgens ambtenaren en bestuurders gechanteerd. Oetgens, die in 1612 net als in 1611 burgemeester was, zat zelf de commissievergaderingen voor over de uitbreiding. Een relatief onafhankelijke ambtenaar aldaar verving hij door een vriend die ook grond bezat buiten de poort. Naar aanleiding van dit incident trokken anderen zich terug uit de commissie, maar Oetgens kon doorgaan. Maar het werd nog fraaier; Oetgens en Cromhout zetten de vroedschap danig onder druk dat ze hen een voorstel moesten doen om de grond niet aan te kopen maar te huren. Zo zou de stijging van de grondprijs niet de stad, maar de speculanten ten goede komen. Andere burgemeesters (het waren er altijd vier) die protesteerden werden simpelweg weggepromoveerd. Ook werd dit angstvallig stilgehouden voor de Amsterdammers zelf: die hoorden pas voor het eerst over dit plan van 'melioratie', in een keur van 15 januari 1615, 2 jaar na het begin van het graafwerk! Onderhand speculeerden uiteraard nog vele anderen mee: stukken land gingen van hand tot hand. In 1615 ook waagden Oetgens en Cromhout zich zelfs er aan, om te klagen dat de prijs die er stond voor hun land, en de huur, te laag was. Ze kregen hun zin, de prijs steeg verder, en ging wel 7-8 keer over de kop!
Maar ze overspeelden nu hun hand, en de stad kwam nu mogelijk voor onverteerbaar hoge kosten te staan. De rechtzinnige Calvinisten van de kerkepartij onder Reinier Pauw spanden samen met de gematigden (ook wel Waggelmussen) om de libertijnen er uit te wippen. Via veel getouwtrek, een hoge rechtbank, enzoverder, werd de prijs nu ernstig naar beneden bijgesteld voor de niet reeds doorverkochte stukken land. Alsnog zijn Cromhout en Oetgens hier steenrijk van geworden, en ze hadden met eerdere handel in deze al goed geboerd, maar ze waren politiek haast uitgespeeld. De directe nazaat van deze fraudeurs probeerde nog tot 1650, vol van rancune, weer in het burgemeestersambt te komen, maar niemand vertrouwde hem werkelijk, vanwege de eerder gepleegde fraude. Het bleef jaren en jaren als een spook over de politiek hangen. Nu waren dus nieuwe mannen aan de macht gekomen: het was nu de beurt aan een ander, om te mogen frauderen.
En zo valt er nog véél meer af te dingen op de officiële lezingen van de geschiedenis.
Overigens viel de herdenking 100 jaar koninkrijk in 1913 samen met het begin van het moderne toerisme in Amsterdam. Zie Ons Amsterdam van vorige maand. Dus we kunnen ons borst maar nat maken voor dit jaar.
maandag 28 januari 2013
Bejaarde krako's reageren op troonafstand
Geen verschoning
geen kroning!
In het kader van opruiende teksten wil ik graag iedereen verzoeken om op 30 april passerende koetsen, mits die zijn voorzien van kogelwerend glas, te bekogelen met stukjes aluminium van 4 gram.
geen kroning!
In het kader van opruiende teksten wil ik graag iedereen verzoeken om op 30 april passerende koetsen, mits die zijn voorzien van kogelwerend glas, te bekogelen met stukjes aluminium van 4 gram.
woensdag 17 oktober 2012
Dood aan de monarchie deel 1: Oranjes en monarchie zijn niet Nederlands
De Rode Lynx vindt de monarchie helemaal
niets. Slampampers, dat zijn het nu, tirannen, dat waren ze vroeger. Dit is het
eerste deel uit wat ik een serie wil maken. Hierna zal ik per aflevering de
afzonderlijke Oranjes de grond in boren. In dit eerste deel twee punten. Ten
eerste, de Oranjes zijn niet Nederlands. Ik ben helemaal voor immigratie en
vind het idee van ‘de natie’ onzin, maar dit ligt anders bij een ‘oer-Nederlands
verschijnsel’ als ons koningshuis. Hun claim rust op hun afkomst en op de
natie. Het is dus vreemd als zij voor geen meter uit Nederlanders bestaan. Te
meer aangezien het vaak de monarchistische rechtsen zijn die beperkingen op de
immigratie willen. Ten tweede: de monarchie is een door de dictator Napoleon
opgelegde politieke structuur en past geheel niet bij de dominante politieke
traditie van de Gouden Eeuw, de eeuw waarop de Oranjes hun (ook nog eens foutieve)
claim op het koningschap baseren.
![]() |
| De natuur geeft het voorbeeld: schijt aan de Oranjes |
Laten we even de
afkomst er bij pakken van Willem-Alexander
Claus George Ferdinand, de huidige Prins van Oranje, tot aan de vader van
Willem van Oranje, de Zwijger. Ik volg de mannelijke lijn tot aan de
afschaffing van de Salische wet[1]. Willem-Alexanders vader was een Duitser. Zijn grootmoeder was ook getrouwd met een Duitser. Diens
moeder was getrouwd met een Pruis[2].
Diens vader ging met een Waldeckse.[3] Diens
vader ging met Russin. Diens vader ging met een Pruisse. Diens vader ging met
een Hanovers-Engelse.[4] Diens
vader (we hebben het inmiddels over begin 18e eeuw) was van de een
Friese tak en ging met een Hessense.[5] Diens
vader, ook van de Friese tak, ging met een Anhalt-Dessause.[6] Diens
vader, ook van de Friese tak, ging zowaar met een in de Verenigde Provincën
geboren vrouw, van de later uitgestorven tak Oranje-Nassau.[7] Diens Nassause vader legde de basis
voor de Friese tak, en ging met een Nedersaksische. Diens Nassause vader ging
met een Beierse. Nou, diens vader was dus de Nassause Willem de Rijke. Die
kreeg met Juliana zu Stolberg een kind genaamd Wilhelm, Prinz zu Oranien und
Graff von Nassau-Dillenburg, later bijgenaamd De Zwijger. In Nederland noemen
we hem vaak Willem van Oranje. Willem van Oranje was de oudere broer van de
stamvader van de huidige Oranjes.
Dus wat voor
afkomst heeft Wim-Lex? De Oranjes zijn de meest allochtoonse familie van
Nederland. Wat zou je toch als xenofobe rechtse monarchist hier van moeten
vinden? Willem-Alexander is door en door Duits van afkomst. Dit gaat meer dan
450 jaar terug. Amalia, zijn eerste dochter, kreeg hij met een Argentijnse. Wat
ook redelijk ver af ligt van Volendam. Ze komen overal vandaan eigenlijk,
behalve Nederland. Waarom doet dit er toe? Als je gewoon iemand bent zoals jij
en ik dan maakt het me geen reet uit waar je vandaan komt. Bij het koningshuis
ligt dat anders. Zij claimen een troon op basis van hun afkomst en daarmee is
hun afkomst van belang. Het zijn absoluut geen Nederlanders en stammen ook niet
af van Willem van Oranje. ‘Willem van Oranje had de Nederlanden geleid naar de
vrijheid!’ In een volgend deel van deze serie kom ik daar op terug. Op basis
van deze claim is Beatrix nu de inhalerigste, gierigste uitkeringstrekker van
het land. Beatrix stamt alleen dus niet van Willem van Oranje af. Jammer voor
je meid, inleveren dat geld, je claim is ongefundeerd.
Monarchie is on-Nederlands
Ten tweede, over
de monarchie. In de tijd van Willem van Oranje tot aan Willem V waren er
grofweg twee belangrijke politieke stromingen in Nederland. De Staatse, de
libertarische, republikeinse, gelieerd aan het meer vrije calvinisme; en de
Orangistische, gelieerd aan de strenge calvinisten, maar ook republikeins. Wat
zeg ik nou, beide republikeins? Ja. De eerste stroming wilde géén stadhouder,
of zo min mogelijk invloed voor de stadhouder. De tweede wilde een ‘eminent
hoofd’ voor de Republiek der Verenigde Nederlanden, die bovendien de reformatie
diende te beschermen en uitbreiden. De eerste wilde geen erfopvolging in het
stadhouderschap. De tweede wilde wel een erfopvolging in het stadhouderschap.
Niemand wilde een koning.
Er is een
cruciaal verschil tussen een koning en een stadhouder. Het woord stadhouder
heeft niets te maken met ‘steden hebben’, wat vaak ten onrechte wordt gedacht.
Het woord is synoniem aan het Franse[8] lieutenant, dus lieu en tenant: plaats
houder. Plaatshebber, houder, plaatsvervanger. Stad is hier ‘plaats’: de
stadhouder is de plaatsvervanger van de heer, graaf, hertog, koning of keizer. De
positie van de stadhouder was ontleent
aan iemand anders, die het (via via) van god heeft gekregen. Hij vervulde twee
functies: als gouverneur, en kapitein-generaal van het leger, in het gebied
waar hij stadhouder is. Vooral van dat laatste ontleende de stadhouder zijn
positie: zijn macht in het leger. Een koning is een soeverein. Een stadhouder
is in principe een ambtenaar.
Stadhouder is
daarmee een veel veranderlijker positie dan koning. Diens positie is godgegeven
en hij is in principe de baas over alles in het land. Dus is alles in Engeland
van de Engelse koning, althans pro forma
(nu nog). In Frankrijk kon Lodewijk XIV stellen dat hij de staat was. De stadhouders in de Nederlanden hadden bij lange
na niet zulke macht, alhoewel zij zelf maar al te graag monarch wilden worden.
Daarom hechtten ze zoveel aan hun Prinsdom Oranje, want dan waren ze allicht
Prins en stonden ze boven de Hertogen, Graven etc. Daarom veroverde Willem III
zo graag Groot-Brittannië in 1688. Dan was hij koning. Maar zelfs op de
momenten dat de Oranjepartij zeer machtig was, zoals in het rampjaar 1672, was
er geen grote roep om een Oranjemonarchie. Dit paste ook geheel niet bij de
Nederlandse politieke cultuur zoals wij lezen bij de wetenschappers Velema en
Kossmann.
Dus wanneer
kregen wij een koning? Napoleon, zogenaamd erfgenaam van de Franse Revolutie,
de gestoord-geniale dictator, legde de monarchie de Nederlanden op. Zijn broer
Lodewijk Napoleon kreeg de honneurs en de soevereiniteit. Deze koning kon pas
soeverein worden omdat de soevereiniteit geroofd was, van de vele lokale
plekken waar die eerst gehouden werd, door de bezetters. Het meest trotse
symbool van republicanisme in Nederland, het echte stadhuis van Amsterdam, nam dictatorsbroer in. Dit werd ‘het
paleis op de Dam’. Willem I, zoon van de laatste stadhouder Willem V, kreeg
vervolgens in 1813 door de antinapoleontische machten de soevereine macht over
de Nederlanden toebedeeld. Er was dus geen ‘echte Nederlandse’ ontwikkeling die
aanzette tot het koningschap. Het is ons opgelegd. Imperialistische rovers
hebben de soevereiniteit gestolen en onderling verdeeld, uiteindelijk kwam het
bij een Oranje terecht.
Sterker nog, als
er al een relevante Nederlandse ontwikkeling was, dan valt die van de jaren ’80
van de 18e eeuw te noemen. De patriotten bedreigden toen zeer
ernstig de positie van stadhouder Willem V, een totale mislukking van een
stadhouder. Die was niet bij machte zichzelf te verdedigen, hij had er de
aanhang niet voor. Dit vadsige dronken Oranjezwijn wist dat hij ten val zou
komen. Gelukkig was hij getrouwd met een dame die nauw verwant was met de
Pruissische koning Frederik de Grote, een militaristische despoot. Kortweg
lieten die watjes van een Oranjes de Pruissische militaire macht hun positie
redden. Heel de Republiek werd snel veroverd (behalve Amsterdam, uiteraard
[kuch]). Als tegenprestatie werd van de dankbare inwoners verwacht een grote
som geld op te hoesten, waarmee Frederik de Brandenburger Tor liet bouwen.
Willem I, de
eerste koning, bleek al gauw na 1813 ook een te indringend en centralistisch
vorst voor de Nederlanders. Zijn krachtige beleid liep op veel weerstand, die
ruste op oude tradities en structuren. Willem II leverde vervolgens in 1848,
bang voor de massa’s, al een groot deel van zijn macht in. Maar daarover later
meer.
Samenvattend: 1)
Oranjes zijn geen Nederlanders 2) hun claim slaat nergens op want ze stammen
niet af van Willem van Oranje 3) de monarchie is een van buiten opgelegde
structuur die niet past bij de toenmalige politieke cultuur.
Conclusie: weg
met de Oranjes, weg met de monarchie!
PS. Wat ik me net bedenk. Wat nog meer belachelijk is aan dat de Oranjes zo veel uit immigranten bestaan is, is dat nog meer dan Wilders het Beatrix is die betrokken is geweest bij iedere racistische wet. Iedere wet wordt namelijk uitgevoerd (sinds 1980) uit naam van Beatrix. Zij heeft voor iedere beperking van immigratie persoonlijk getekend.
[1] Een
goeddeels verzonnen verschijnsel gebaseerd op de mythische ‘Salische Franken’, de
Franken afkomstig uit Salland (nu Overijssel). Deze Nederlandsstalige (Oudlaagwestfrankisch
– bekend van de uitspraak haþuþȳwas ann kusjam logūns )
stammenconfederatie zou onder Clodevec vanuit Toxandrië de basis hebben gelegd
voor het Frankische rijk, wat de basis werd voor haast alle Europeese
monarchiën. Hun Salische Wet bepaalde dat alleen mannen een kroon mochten
erven. Maar dat voert wat ver. Punt is dat deze voetnoot me de ruimte geeftom anekdotisch uit te wijden èn onbegrijpelijk Oudgermaans op de stek te zetten. De reden dat de Salische Wet in de negentiende eeuw onmogelijk relevant geweest kon zijn is omdat Holland al in midden 14e eeuw een vrouwelijke heerser had, net als Brabant begin 15e eeuw.
[2]
Pruisen, ligt nu in Duitsland.
[3]
Waldeck-Pyrmont, ligt nu in Duitsland.
[4]
Hanover ligt nu in Duitsland. Het Hannoverse huis had Groot-Brittanië geërfd
van de Nederlandse Willem III omdat hij faalde kinderen te krijgen.
[5] Hessen,
ligt nu in Duitsland.
[6]
Verassing: dat ligt nu in Duitsland.
[7] Er
zijn geen legitieme mannelijke nazaten van Willem van Oranje die verder hebben
gefokt na Willem III. Via een ingewikkelde constructie, een dame in de
zoveelste lijn, via een Friese tak, is het dat ‘Oranje-Nassau’ de
stadhouderlijke familie is gebleven. Maar die bestaat dus eigenlijk al 306 jaar
niet meer.
[8] En
daarmee ook aan het woord in het verbasterde Frans, Fries en Noors genaamd
‘Engels’. Grappig hoe de Engelsen een hekel plegen te hebben aan Fransen,
terwijl zoveel in Brittenland afstamt van Franse zaken. What’s in a name? Hun
eilandengroep heet ‘Great Britain’. Dit komt van het Franse onderscheid dat
gemaakt wordt tussen ‘Petit Bretagne’, dat wij kennen als Bretagne en ‘Grande
Bretagne’ oftwel Great Britain. Echt, je zal maar een nationalist zijn, als nationalisme altijd gebaseerd
is op lucht en leugens.
zondag 2 september 2012
Piratenverhaal! Komt Piet Hein met de zilvervloot in Amsterdam...
![]() |
| Dit kennen we wel uit de geschiedenisboekjes. Maar wat gebeurde er daarna? |
Aangekomen net onder Rotterdam in Hellingvoetsluis duurde het wel 7 dagen om de buit te verschepen naar Amsterdam. Uitzinnig was het volk, vooral de harde gereformeerden, waartoe velen van de lagere klassen behoorden. De WIC, de 'werkgever' van de staatspiraten van Piet Hein, was voor hun veel meer dan de VOC een ideologisch project gericht tegen Katholieke Spanjaarden. En gek genoeg stammen ook uit de tijd pamfletten die de gruwelijke behandeling van de 'Indianen' in Amerika door de Conquistadores schetsen en oproepen tot de bevrijding daarvan door de koloniale ondernemingen uit dit land! Dutch approach 17e eeuwse stijl. Maar dat is een ander verhaal.
Dit verhaal is gebaseerd op een Amsterdamse Stadsgeschiedenis van 1665 samengesteld door Tobias van Domselaer ism wat andere bronnen. Een zeker deel zal larie zijn, maar het heeft zeker een belangrijke kern van waarheid. Een paar moeilijke woorden/zinsdelen staan onderaan.
In Amsterdam spraken de bewindhebbers van de WIC met de bestuurders van Holland over hoeveel geld te delen met de bemanning. Ze hadden bovendien recht op hun soldij. Gierig waren ze natuurlijk niet! De soldij werd berekend op 16 maanden en 20 dagen. Voor de grote moeite kregen de matrozen wel 17 maanden soldij uitgekeerd. Ze kregen dus een geweldige 10 dagen extra (schamele) soldij. Waar ging het geld dan heen? Naar de aandeelhouders van de WIC; de stadhouder Frederik Hendrik en Piet Hein zelf. Het grootste deel werd echter ingezet in de strijd tegen de Spaanse koning.
'Verscheiden Soldaten en Boots-gezellen, wiens woort is (wanneer zy buit bekomen) al onse leven rijk genoegh, hadden haer vry meerder in gebeelt(1). Hier over begonnen zy t' Amsterdam een schrickelijk oproer aan te rechten, zoo dat 'er een groot gedeelte van dese quaetwillige(2) (die op de plaats van 't West-Indis Huis de Heeren begonnen te dreigen(3)), roepende, dat zy met geweldiger hant, wel haest, meerder buit-gelt bekomen zouden'.
De matrozen liepen naar de kelder van het West-Indisch huis (op de Haarlemmerstraat), waar het zilver lag, en beukten op de deur. Knorrende en morrende werden ze afgeleid door een bediende van de WIC. Kom morgen terug, zei hij, dan is er een vergadering en hebben we het er over gehad. Terwijl de matrozen zo afgeleid waren werd snel de poort gesloten, en ze wisten dat ze bij de neus genomen waren. Dit wekte een grote woede en telkens meer matrozen bemoeiden zich er nu mee.
De massa groeide flink aan. De lokale waerden, waerdinnen, hoeren, en diergelijk gespuis voegden zich bij de rellende matrozen. Hier op begonden(4) de steenen vast door de glasen te vliegen. Iemand heeft een bijl bemachtigd, waarmee op de poort ingehakt wordt. Het schiet niet op. Een poort zal toch zeker geen piraten tegenhouden! Enkelen hadden een kanon van een schip op het IJ gejat en hadden dit inmiddels voor de poort gesleept. De kanonskogels had men ook al. De massa deint achteruit, maar: waar is het buskruit? De plaatselijke winkeliers maken alle matrozen wijs dat ze door hun kruit heen zijn. Hier hebben ze liever weinig mee te maken. Hoeveel er ook gezocht werd, men kon geen buskruit vinden, om de poort te kunnen beschieten.
Binnen staan de klerken en regenten van de WIC angstige momenten uit. De matrozen en de lagere klassen stonden in de zeventiende eeuw niet bepaald bekend om hun etiquette. Eerder om hun haat van regenten en gewelddadige protesten. Aldus:
'begonden die van binnen, als eenige weinige van de Heeren, Boekhouders, en Kassiers, met andere dienaers op tegenweer te denken, en kregen eenige hant-granaten, by 't werk, om de zelve(5) (by aldien(6) dese muit-makers op de binnen-plaets mochten komen) uit de vensters, onder den hoop te werpen, en door des zelfs barsten en springen, hun te doen opruimen en verhuizen'.
Maar ach, helaas voor de plunderaars. De Magistraat (7) stuurde het leger er op. Want de inwoners van Amsterdam waren deze jaren zo opstandig dat er continu legereenheden in de stad gelegerd waren. Op het zien van de professionele soldaten stoven de plunderaars uiteen. Of misschien hebben ze maar wat mazzel gehad. Want handgranaten op een dicht opeen gepakte massa mensen, da's niet best.
(1) hadden wel wat meer verwacht
(2) kwaadwillige
(3) bedreigen
(4) begonnen
(5) deze zelfde (handgranaten)
(6) in het geval dat
(7) stadsbestuur (min of meer)
vrijdag 13 april 2012
Krakerskoningin Beatrix van Oranje-Nassau
Al jaren wordt, pand voor pand, de krakersbeweging
langzaamaan ontruimd. In Amsterdam zijn er in jaren niet zo weinig krakers
geweest. Enkele kopstukken lopen echter nog vrij rond. Zo ook Beatrix van
Oranje-Nassau, ook bekend als ‘De Koningin’. Een groot gebouw in Amsterdam wordt
door deze brutale kraakster bezet en is onherkenbaar verbouwd tot feestplek. De
oorspronkelijke gebruikers moeten zich behelpen in een achenebisj pandje.
Zoals vele kraakpanden heeft het pand van Beatrix een
bijnaam gekregen. Het gebouw, gelegen in de buurt van krakersbolwerk De
Vrankrijk en de Tabakspanden, wordt liefkozend ‘Het Paleis op de Dam’ genoemd. Het
belang van dit kraakpand wordt onderstreept door het feit dat ongeveer de helft
van de protestmanifestaties in Nederland vóór dit pand plaatsvindt. De oorspronkelijke
gebruikers waren de burgers van Amsterdam. Begin 19e eeuw kwam hier
echter een abrupt einde aan.
Eind 18e eeuw was de Nederlandse Republiek onder
de voet gelopen door een horde Frankische barbaren. Deze volksverhuizing
veroorzaakte een grote chaos. De barbaarse keizer Napoleon installeerde zijn
broertje Lodewijk Napoleon als koning. De burgemeesters van Amsterdam waren danig
geïntimideerd door deze langharige strijder (Lodewijk betekent ‘luide vechter’)
dat ze hun stadhuis aan hem afstonden, in de hoop niet geplunderd te worden.
Lodewijk was tevreden, maar zijn grotere broer plunderde Amsterdam alsnog,
waardoor het volledig verarmde.
In 1813 werden de Franken Nederland uitgezet en kreeg
Amsterdam haar stadhuis terug. De burgemeesters hadden echter moeite met de
verhuizing. Willem van Oranje-Nassau (Oranjes zijn een beetje dom, dus heten
voor het gemak allemaal Willem) rook zijn kans. Met zijn organisatie genaamd ‘De
Regering’ nam hij het stadhuis in. Sindsdien is het één grote beestenboel in
het stadhuis, dat onherkenbaar verbouwd is. Er is een balkon aangebouwd, een
enorme keuken ingezet voor de feesten van de Oranjes, enzoverder. Want als woonruimte wordt dit kraakpand amper gebruikt. Als 'Social Center' wordt het met name gebruikt voor anarchistische bijeenkomsten, luidruchtige punkconcerten en zuipfestijnen. 'Koning' Willem III was dan ook een notoire alcoholist en Willem IV 'de kroonprins' had als bijnaam 'Prins Pils'.
Ondertussen moesten de burgemeesters zelf weer iets vinden.
Uit nijd kraakten ze een pandje aan de Oudezijds Achterburgwal dat ooit van weer een andere Willem van Oranje was geweest, Het Prinsenhof. Hier zaten ze tot
1988, toen de ME de burgemeesters ontruimde tijdens de Stopera-rellen. De
krakersdynastie van de Oranjes bleef echter wel zitten waren ze zaten en
veroorzaakten overlast voor de hele buurt. Een tijdje kraken om leegstand tegen
te gaan moet kunnen, maar 206 jaar geen huur betalen? Naar de huidige
marktprijzen zou de achterstallige huur ongeveer 2 miljard euro bedragen.
Zo is het echt gebeurd.
Hoe lang zullen de Amsterdammers dit onrecht nog lijden?
Neem het stadhuis terug, verjaag het Oranjetuig uit ons stadhuis!
Abonneren op:
Posts (Atom)


